![]() |
![]() |
||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
![]() |
![]() |
||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
‘Onderwijs is niet het vullen van een vat, maar het ontsteken van een vuur'.
Deze uitspraak van Plutarchus, een Griekse wijsgeer, geeft aan waar de vrijeschool voor staat. De leerstof wordt beschouwd als ontwikkelingsstof: het leren is een (hulp)middel om het kind in zijn ontwikkeling te begeleiden.
Ieder individueel mens moet zich in vrijheid kunnen ontwikkelen. Het gaat ons om het herkennen en stimuleren van de mogelijkheden van de kinderen zelf, ook als die nog verborgen liggen. Daarom worden leerervaringen geboden van zowel intellectuele, cognitieve, als emotionele, sociale en kunstzinnige aard. Ons onderwijs spreekt het kind aan in denken, in het gevoel en in het doen.
In het middelpunt van Steiners menskunde staat de idee dat een mens verschillende levens op aarde doormaakt (reïncarnatie, wedergeboorte) en dat er een samenhang is tussen deze levens (lot, karma). Een mens komt op aarde met een doel. De vrijeschool hoopt erbij te helpen dat het kind later op een creatieve manier een eigen vorm zal kunnen geven aan zijn leven en aan het samenleven met zijn medemensen. Zo kunnen ze een bijdrage leveren aan een hoogwaardige cultuur die actief streeft naar het duurzaam omgaan met de aarde.
Om zo naar de mens te kijken is kenmerkend voor de antroposofie. Alles wat Steiner heeft geschreven en gezegd is bedoeld als aansporing en hulpmiddel voor diegenen die de overtuiging hebben dat een mens nooit af is, maar zich steeds verder kan en wil ontwikkelen. Dit geldt ook voor het vrijeschoolonderwijs. Antroposofie streeft naar vrijheid in het denken en is inspiratiebron voor de leraren, maar het vormt op zichzelf natuurlijk geen lesinhoud voor de kinderen.
Meer lezen? M. Seelen, ‘Mijn lot heeft vlam gevat’; J. van der Meulen e.a., ‘Onderwijs met hart en ziel’; F. Carlgren, ‘De Vrije School’; B. Lievegoed, ‘Ontwikkelingsfasen van het kind’. Of vraag in gespecialiseerde boekhandels zoals De Haagse Boekerij, Frederikstraat 24, Den Haag.
Wij willen een vrije school zijn. Wij behoeden enerzijds de geborgenheid van onze leerlingen, anderzijds
stimuleren we hun zelfstandigheid, in spel en creativiteit, in de
omgang met elkaar in de klas en in het leren. Zo ontdekken ze in de
loop van hun schooltijd waar ze uit vrijheid kunnen handelen en leren
ze de vrijheid van de ander te respecteren.
Wij willen onze leerlingen aanzetten tot gezonde zelfontplooiing door te leren met hoofd, hart en handen.
Wij gaan ervan uit dat ieder mens eigen ontwikkelingsmogelijkheden
in zich draagt. Wij zien het als een uitdaging om die impuls te herkennen
en te stimuleren. In het vrijeschoolleerplan ligt de basis voor een
gezonde zelfontplooiing. De leerling krijgt daardoor zoveel mogelijk
ruimte voor een eigen accent in de harmonie tussen hoofd, hart en
handen.
Wij zijn een hechte, veilige schoolgemeenschap waarin de kwaliteiten van leerlingen en leraren zichtbaar worden.
Wij vinden het belangrijk om met elkaar een sociaal geheel te vormen,
waarin je je veilig kunt voelen en je leert open te stellen voor de ander.
Daarom houden wij de klassen (als gemeenschap van kinderen, leerkracht
en ouders) zo lang mogelijk bij elkaar en kennen wij op school
veel sociale activiteiten, van bijvoorbeeld toneelspelen met je klas tot en
met het vieren van jaarfeesten met de hele schoolgemeenschap.
Wij bieden onze leerlingen kennis en vaardigheden om hun eigen weg te vinden.
Wij willen dat de leerlingen de kennis en vaardigheden opdoen die de
maatschappij van hen vraagt als zij van school komen. Daarom begeleiden
wij hen naar een examen of ander vervolgonderwijs. Maar het
het leven is meer dan examen doen. De samenleving heeft behoefte aan
mensen die de moed hebben hun mening te geven en verantwoordelijkheid
te nemen, mensen met gevoel voor het sociale en met de fantasie
om ook buiten de gebaande paden te treden.
Wij bieden de kinderen een veilige ‘werkplaats’ waar ze hun denken,
voelen en handelen kunnen ontwikkelen, met een spiritueel,
moreel en praktisch geaard leerplan. De lesstof wordt ontworpen
voor de leeftijd en ontwikkelingsfase van de klas. In principe gaan
alle kinderen over naar een volgende klas.
Vier stadia in de ontwikkeling van onze leerlingen vormen een
afdeling met een eigen pedagogie in onze school:
— een kleuterfase (4- tot 6-jarigen) waarin fantasie en spel alle kans
krijgen en die wordt gemarkeerd door “schoolrijpheid”
— een onderbouw (6- tot 12-jarigen) waarin het leren doelgerichter
wordt
— en middenbouw (12- tot 14-jarigen) waarin de prepuber zowel de
geborgenheid van een eigen klassenleraar kent als de objectiviteit
van de vele vakspecialisten
— een bovenbouw die geleidelijk de weg opent naar de “volwassenheid”
(14- tot 18-jarigen).
In het sociale leven van de groep ontmoeten leerlingen elkaar en
door de vele klassenactiviteiten leren ze elkaar respecteren in de
eigen kwaliteiten.
De kinderen leren vanzelfsprekend rekenen en schrijven. Ze krijgen
les in vreemde talen, in aardrijkskunde en geschiedenis. Ze
krijgen ook veel kunstzinnig en praktisch onderwijs. Pubers bekwamen zich in vakken als wiskunde, scheikunde, economie en biologie.
Onze leerlingen voldoen aan de eisen die voor examens gelden,
gezien de slagingspercentages, maar deze resultaten vormen geen
garantie voor het bereiken van onze doelstellingen. Ontwikkeling
in de breedste zin is gebaat bij een open en stimulerende leeromgeving
waarin ook plaats is voor andere vermogens. Deze zijn veel
moeilijker te becijferen, maar worden in de jaarlijkse getuigschriften
onder woorden gebracht.
Er worden veel uitdagingen geboden om individueel of met de klas
tot stand te brengen: werkstukken, toneelstukken, kampen, kooruitvoeringen en stages. Zulke veelzijdige projecten vragen om
intellectuele inzet, om respectvol overleg en om daadkrachtig aan
de slag te gaan.
Muziek en toneel, schilderen, handenarbeid en euritmie (bewegingskunst)
zijn niet alleen bedoeld om de creativiteit te stimuleren,
ze dragen ook bij aan een veelzijdige en evenwichtige persoonlijkheid. De kinderen leren vanzelfsprekend rekenen en schrijven. Ze krijgen
les in vreemde talen, in aardrijkskunde en geschiedenis. Ze
krijgen ook veel kunstzinnig en praktisch onderwijs.
Pubers bekwamen zich in vakken als wiskunde, scheikunde, economie
en biologie.
Wij vinden de inspiratie voor dit onderwijs in de antroposofisch
georiënteerde kinder- en jeugdpsychologie en vormen hiermee een
eigentijdse vrijeschoolpedagogie.
‘De vraag is niet wat de mens moet kunnen en weten ten einde zich in de sociale orde te kunnen invoegen, maar wel wat er in aanleg in de mens aanwezig is en ontwikkeld kan worden. Pas dan kan de opgroeiende generatie de maatschappij met nieuwe krachten verrijken.’ Rudolf Steiner