| We
zoeken in elke ontmoeting met het kind
steeds opnieuw het ‘wordende’,
wat het raadsel ons vertellen wil. |
||
| algemeen | ||
| periodes en vaklessen | ||
| klassen en klassenleraren | ||
| ouders | ||
| leerlingenzorg | ||
| waarheen met een probleem | ||
| aanmelden en uitschrijven | ||
| praktische zaken voor de hele school | ||
![]() |
![]() |
|||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
De vrijescholen werken met doorlopende leerlijnen in een 14-jarig leerplan. Elk levensjaar heeft zijn eigen ontwikkelingsmogelijkheden. In iedere klas loopt een jaarthema dat past bij de leeftijdfase, als een rode draad door de leerstof heen. Hierdoor krijgen de verschillende vakken een onderlinge samenhang.
Het uiterlijke en innerlijke groeiproces van ieder kind verloopt volgens een bepaald grondpatroon, ondanks alle verscheidenheid die zich in de praktijk voordoet. In elk leerjaar worden nieuwe belangstellingsgebieden bij het kind aangesproken. De leraren lezen aan de ontwikkeling van hun kinderen zo fijnzinnig mogelijk af wat ze nodig hebben. Pedagogie is de kunst te herkennen wat kinderen aan verborgen intenties met zich meebrengen en op basis daarvan proberen we een klimaat te scheppen waarin ze zich optimaal kunnen ontplooien.
Ontwikkelingsfasen
In de eerste zeven levensjaren van het kind staat de opbouw van het lichaam centraal. Het kind leert lopen, spreken, denken, zijn lichaam beheersen en het ontwikkelt zijn grove en fijnere motoriek. In de kleuterklas ligt de nadruk op de verzorging van de taal en het behoeden van de fantasie. Tegen de tijd dat het kind tanden gaat wisselen, is het proces van lichamelijke opbouw (in aanleg) afgerond.
In de tweede zevenjaarsperiode (de onderbouw en middenbouw) staat het verwerven van emotionele vaardigheden centraal. De leerkrachten streven ernaar de leerstof beleefbaar te maken voor de leerlingen en de basale cognitieve vaardigheden worden geautomatiseerd. Het gaat hier om lezen, schrijven, rekenen, taal, aardrijkskunde en geschiedenis.
De psychische kwaliteiten ontwikkelen zich in de lagere schoolleeftijd. Ze uiten zich in het gevoelsleven van het kind, maar ook de manieren van denken en willen worden aangesproken. Wat het kind weet is minder belangrijk dan hoe het kind denkt. De aanleg om origineel, creatief en probleemoplossend te denken heeft haast elk kind. Het is aan de ouders en de leerkracht dat vermogen te behoeden en te verzorgen.
De prepuber en puber beleeft zichzelf en de omgeving in hoge mate in zijn gevoelens. Daarom tracht de middenbouwleerkracht bij het gevoelsleven van het kind aan te sluiten. Dat gebeurt als het kind voor iets warm kan lopen, er enthousiast door wordt. Dan wordt het voorstellingsvermogen, fantasie, creativiteit en doorzettingsvermogen aangesproken.
In de derde levensfase (vanaf 14 jaar), komt geleidelijk de ontwikkeling van het analytische, abstracte denken tot stand. De leerlingen leren de wereld vanuit het denken te begrijpen.
Omdat een bepaalde ontwikkelingsfase niet herhaald kan worden, komt zittenblijven in principe niet voor. De klassen houden daarom leerlingen van ongeveer dezelfde leeftijd. Soms wordt het voor de ontwikkeling van het kind beter geacht als het wél een klas over slaat, dan wel over doet.
De mens als geheel
Alle vakken in die samenhang ondersteunen de ontwikkeling van het kind. Intellectueel, creatief, ambachtelijk en sociaal wordt het kind uitgedaagd om zijn persoonlijkheid te ontplooien. Leerstof is daarbij altijd middel en ontwikkeling het doel. Wij kennen dus geen vroegtijdige specialisatie in de vorm van een beperkt vakkenpakket. Het leerplan is gericht op een algemene ontwikkeling over een breed scala aan vakken, die iedere leerling op een individueel niveau kan volgen.
Wij gebruiken minder leerboeken dan in het reguliere onderwijs. Standaardmethoden geven vaak geen antwoord op de specifieke vragen van een bepaalde klas. Wanneer de leerkrachten zelf de leerstof omwerken tot lessen, houden ze de klassen in beeld en brengen hun enthousiasme over.
Verwerking van de lesstof
Wij zien zelfwerkzaamheid als een belangrijke, stimulerende factor in het leerproces. De leraar bevordert deze en vraagt om persoonlijke reacties van leerlingen. De kunstzinnige verwerking van de lesstof spreken het gevoelsleven en de wil aan. Deze benadering geldt voor alle vakken, dus ook voor bijvoorbeeld Frans of wiskunde. Dit vergt van leerlingen concentratie, wilsinzet en het vermogen om zich in te leven.
Sociale vorming
Leerkracht en kinderen blijven in principe vele jaren bijeen in de klas. Zo oefenen de kinderen hun gemeenschapszin en verantwoordelijkheidsgevoel.
Ook de school als geheel vormt een sociale gemeenschap. Sommige feesten vieren we in de klas, andere feesten vieren we met meerdere klassen of met de hele school. De eerste en de laatste schooldag van het schooljaar zijn speciaal; alle klassen, van de eerste tot de twaalfde, wonen ze gezamenlijk bij. We organiseren presentaties van leerlingen en we vieren de jaarfeesten samen. Zo scheppen we een concrete basis voor een levendig geheel met een intens vertakt netwerk.
Soms is er een klassenpresentatie, waarbij een aantal klassen op het toneel iets uit de les laat zien, zoals reken- en taalspelletjes, recitaties, toneel, euritmie, gymnastiek en spreekbeurten van bovenbouwleerlingen. Ook hierbij zitten kunnen onderbouw- en bovenbouwleerlingen met elkaar in dezelfde zaal zitten, afhankelijk van het programma.
Er is jaarlijks een sportdag voor de hele school samen, vanaf de derde klas. De bovenbouw houdt enkele malen per jaar een voetbal-, volleybal-, softbal-, of basketbaltoernooi.
Ieder jaar is er voor de klassen apart een schoolreis, georganiseerd door de klassenleraar in samenwerking met leerlingen en ouders.
Zie ook: in het kort en achtergrond
Jaarfeesten
In de school leeft een religieuze grondhouding, en we volgen het jaarverloop aan de hand van een historisch bepaalde reeks feesten. Ze dragen universele waarden in zich (bijv. geboorte, sterven). Ze komen elk jaar terug; de kinderen leven ernaar toe en bij de meeste feesten worden de ouders betrokken. Ze worden tijdens ouderavonden en vaak ook in het maandelijkse ouderblad ‘Bijblijven’ uitgebreid besproken.
Het Michaëlsfeest (29 september) is het eerste feest in het nieuwe schooljaar. Het is niet alleen een feest van de oogst in de herfst maar ook het feest van de moed. De legende van Sint Joris die de draak versloeg, is het hoofdthema. Dit feest wordt door de school gezamenlijk gevierd: de kinderen doen een tocht met opdrachten in een groep van twaalf kinderen, uit elke klas één, onder leiding van de oudste, de twaalfdeklasser.
Met het donkerder worden van de dagen vieren de jongere kinderen Sint Maarten. Op 11 november gaan de kinderen van vier tot ca. acht jaar in optocht langs de huizen en door het bos met een uitgeholde knol of biet, waarin een kaarsje brandt.
In de adventstijd valt het Sint Nicolaasfeest dat in de klas intensief wordt gevierd, ook in de midden- en bovenbouw.
De kersttijd wordt ingeluid met de vieringen van Advent. Dan is het donker in de gangen van de school als de kinderen aankomen, en wordt er bij kaarslicht geluisterd naar muziek die door ouders ten gehore wordt gebracht in de grote zaal. De kinderen zien het Paradijsspel, opgevoerd door leerkrachten.
Het Kerstfeest wordt o.a. gevierd met een opvoering van het Kerstspel door de leraren. Het is van oorsprong een middeleeuws spel dat op de vrijescholen in ere wordt gehouden.
In de lente is er het Paasfeest, met voor de kleintjes een optocht met palmpaasstokken, en bij de kleuters Pinksteren met een Pinksterbruid en –bruidegom.
In de zomer ten slotte het feest van Sint Jan (24 juni), een buitenfeest voor de onderbouw.
Meer lezen?
Vrijeschoolliedjes vinden?
Periodes
De schooldag begint met het periodeonderwijs. Elke ochtend wordt in de eerste twee lesuren hetzelfde vak onderwezen, gedurende 3 tot 4 weken. De leerstof gaat ‘door de nacht heen’. Wat de ene dag als beeld is neergezet, wordt de volgende dag meer bewust en concreet uitgewerkt. Het onderwerp wint aan diepgang en de leerling kan zich er grondig mee verbinden. De behandelde stof sluit nauw aan bij de leeftijd en de ontwikkelingsfase van de leerlingen.
Van deze wijze van aanbieden van leerstof gaat een grote rust uit. Wanneer het vak opnieuw aan de beurt is en de ogenschijnlijk "vergeten" kennis weer is opgefrist, blijkt wat eerst nog heel moeilijk leek, meestal veel gemakkelijker te zijn geworden. De leerlingen zijn opnieuw in staat hun grenzen fundamenteel te verleggen.
Dit periodeonderwijs wordt in de onderbouw en middenbouw door de eigen klassenleerkracht gegeven en in de bovenbouw door vakleerkrachten.
De kinderen krijgen als 'periode' voornamelijk de cognitieve vakken zoals rekenen, taal, heemkunde, aardrijkskunde, geschiedenis, plantkunde, dierkunde, natuurkunde, sterrenkunde of scheikunde. In de bovenbouw komen daar bijvoorbeeld kunstgeschiedenis en maatschappijleer bij.
Vaklessen
Op het periodeonderwijs volgt de kleine pauze. Daarna krijgen de leerlingen volgens een vast weekrooster andere vakken en activiteiten. Deze vakken spreken meer het gevoel en de wil tot handelen in de kinderen aan. Ze krijgen dan geleidelijk steeds meer te maken met verschillende vakleerkrachten.
We beginnen direct met de vreemde talen. Al vanaf de kleuterklas zingen de kinderen in die talen. In de lagere klassen wordt mondeling gewerkt en veel getekend. Met spelletjes en liedjes worden de kinderen gestimuleerd om zich in het Engels, Frans of Duits uit te drukken.Zo leven ze zich in in het eigene van de andere taal, die met name tot uitdrukking komt in de muzikale elementen (klankrijkdom, klankplastiek en zinsmelodie). Daarmee wordt gebruik gemaakt van het gegeven dat kinderen op jonge leeftijd heel toegankelijk zijn voor de fijnere nuances in een taal en nog heel gemakkelijk klanken kunnen nabootsen. In de hogere klassen leren de kinderen eenvoudige boekjes te lezen in die talen. Vanaf de vierde klas, als de kinderen tien jaar zijn, wordt ook aandacht aan grammatica besteed.
Door de specifiek kunstzinnige vakken als (vorm)tekenen, schilderen, toneel en muziek kleine montage
te zien. Te horen is een deel uit de ‘Messe solennelle’ van Rossini ontwikkelen de kinderen hun gevoel voor schoonheid. In de lessen handwerken, handvaardigheid en de bewegingsvakken (euritmie en gymnastiek) oefent een kind zijn wilskracht en zijn sociale en lichamelijke vermogens.
Onze leerlingen zitten in principe hun hele schooltijd in dezelfde klas. De leerkracht ‘verhuist’ voor zover mogelijk elk jaar mee. Deze speelt een centrale rol in het volgen en begeleiden van de ontwikkeling van de kinderen. Een goed contact met de ouders wordt nagestreefd door ouderavonden en -gesprekken, evt. huisbezoek en een spreekuur.
Een kleuter blijft bij de eigen kleuterleidster tot de overgang naar de eerste klas. Alle kleuters die schoolrijp zijn uit één kleuterklas komen zoveel mogelijk in dezelfde eerste klas terecht.
Een klas in de onderbouw wordt zo mogelijk zes jaar (klas 1–6) door dezelfde leerkracht geleid, soms ook nog in de middenbouw, dus tm klas 8.
In de bovenbouw komt er in ieder geval een nieuwe klassenleraar, maar ook die gaat weer mee met de klas, zodat er een hechte band ontstaat. Deze vindt vaak een hoogtepunt in de cultuurreis waarmee het klassenverband wordt afgesloten.
Ook in de bovenbouw besluiten we alleen bij uitzondering tot zittenblijven. Als het voor de individuele leerwegen noodzakelijk is, wordt de klas gesplitst in profiel- of niveaugroepen, maar dat gebeurt pas na de negende klas, en bovendien voor slechts een kwart van de lessen. Zie ook: differentiatie en examens.
Een groot deel van de leerlingen doet eindexamen havo of vwo.
Ook in de bovenbouw gaat de klassenleraar mee met de klas, zodat er een hechte band ontstaat.
Het kenmerkende van de verschillende klassen wordt bij de hoofdstukken over het basis- en voortgezet onderwijs besproken.
Hier volgt schematisch de indeling en benamingen zoals wij die hanteren, vergeleken met de reguliere namen.
|
vrijeschool |
|
regulier onderwijs |
|
|
|
|
|
|
|
kleuterschool |
kleuterklas |
basis onderwijs |
groep 1 |
|
|
kleuterklas |
|
groep 2 |
|
|
|
|
|
|
onderbouw |
1e klas |
|
groep 3 |
|
|
2e klas |
|
groep 4 |
|
|
3e klas |
|
groep 5 |
|
|
4e klas |
|
groep 6 |
|
|
5e klas |
|
groep 7 |
|
|
6e klas |
|
groep 8 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
middenbouw |
7e klas |
voortgezet onderwijs |
1e klas |
|
|
8e klas |
|
2e klas |
|
|
|
|
|
|
bovenbouw |
9e klas |
|
3e klas |
|
|
10e klas |
|
4e klas |
|
|
11e klas |
|
5e klas |
|
|
12e klas |
|
6e klas |
Onderwijs en opvoeding hebben veel met elkaar te maken. Een goed contact tussen ouders en leerkrachten is daarom van groot belang. Dat betreft niet alleen de communicatie rond het eigen kind. Op de Abbenbroekweg is een speciale ouderruimte ingericht en ouders worden vaak uitgenodigd om activiteiten op school te ondersteunen.
Het is essentieel dat de ouders openstaan voor onze pedagogische aanpak. Een warme interesse voor het kind en wat het in de klas doet is van het grootste belang. Dat kan op elk moment zijn uiting vinden: thuis bijvoorbeeld, als het kind over school wil vertellen of iets wil laten zien. Bij het wegbrengen en ophalen, bij het sociale leven rondom de kinderen. In de bovenbouw wordt het anders, maar is echte aandacht en medeleven minstens zo belangrijk. Door alle jaren heen is een fundamentele solidariteit met de school van het grootste belang, zodat er geen vacuüm rondom het kind ontstaat.
Ouderavonden
Ouderavonden zijn onmisbaar. Daar krijgen de ouders informatie over de gang van zaken in de klas, over periodes die gegeven worden, over de ontwikkelingsfase van de kinderen, over de diepere betekenis van de vertelstof of waar verder behoefte aan mag zijn in de oudergroep. Deze behoefte wordt door de contactouders gepeild en gecommuniceerd met de klassenleerkracht. Vakleerkrachten kunnen komen vertellen wat de klas in hun lessen doet. Er wordt uitgegaan van wat de ouders en leerkrachten gemeen hebben: een pedagogische relatie tot het kind.
In de laagste klassen en kleuterklassen hebben ouders een groot aandeel op werkavonden om jaarfeesten.Dat niet alle ouders daar evenveel tijd voor hebben spreekt voor zich: ieder kan daar naar vermogen aan bijdragen.
In de bovenbouw is de aandacht meer gericht op de leerstof, de toetsen, de werkweken en over hoe je thuis en op school je opstelt tegenover pubergedrag.
Er zijn algemene ouderavonden over onderwerpen die voor verschillende klassen actueel zijn: bijvoorbeeld voor kleuterouders over schoolrijpheid, voor bovenbouwouders over de individuele leertrajecten en de examenopzet, of over een bijzonder project.
Als men behoefte heeft aan informatie over een individueel kind kan men een afspraak maken met de betrokken leraar of leraren. Soms is een telefoontje genoeg. De klassenleraar in de onderbouw heeft meestal een wekelijks spreekuur.
Ouders in de school
De school geeft veel ruimte aan ouders om betrokken te zijn bij de school. In de eerste plaats zijn in elke klas contactouders actief.
Verder wordt graag gebruik gemaakt van aangeboden persoonlijke expertise en ervaring van ouders. Er zitten ook ouders in het bestuur, de medezeggenschapsraad en in de mediatheek; de redactie van de schoolkrant bestaat vrijwel uitsluitend uit ouders. Voor de ‘herfstbazar’, bij uitstapjes en toneelstukken wordt regelmatig een beroep gedaan op de ouders voor begeleiding en ondersteuning. Er is ook behoefte aan ouders die actief zijn in de Vereniging voor Vrije Opvoedkunst
Zie ook: www.vrijeopvoedkunst.nl.
Centraal in de vrijeschoolpedagogie staat de ontwikkeling van het kind tot “mens” in de breedste zin van het woord. De zorggroep stelt zich ten doel deze pedagogie te ondersteunen en eventuele belemmeringen zoveel mogelijk op te heffen. Deze belemmeringen kunnen liggen op:
- cognitief gebied
- lichamelijk gebied
- emotioneel-sociaal gebied.
Onze school heeft een antroposofische schoolarts die spreekuur houdt voor zowel de kleuterafdeling en onderbouw, als voor de midden- en bovenbouw. Behalve remedial teaching, dyslexiecoaching en spelbegeleiding wordt ook euritmietherapie gegeven. Een groot deel van het zorgaanbod wordt gefinancierd uit de ouderbijdrage.
Zie verder: leerlingenzorg in de basisschool, of leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs.
Voor alle pedagogische problemen verwijzen wij u in eerste instantie naar de klassenleerkracht. Als de klassenleraar weinig toegankelijk blijkt voor het probleem, kan de contactouder misschien een hulp zijn. Zo niet, dan kan u terecht bij de interne begeleider of zorgcoördinator. Eventueel kan ook (samen met de contactouder of op eigen initiatief) de dagelijkse leiding om hulp worden gevraagd. Als ook deze geen raad weet kan het probleem aan het bestuur worden voorgelegd.
Vertrouwenspersonen
Problemen die voor een leerling zo gevoelig liggen dat hijzij daarmee niet naar de klassenmentor(en) wil gaan, kunnen voorgelegd worden aan de vertrouwensgroep van de school. Dit kan eventueel ook anoniem gebeuren.
De vertrouwenspersonen zijn:
Lowi Krijger, schoolarts (070 - 365 54 59) en Anneke Matla-Claus
(070 - 355 86 64). Een duidelijk voorbeeld van zulke problemen is (seksuele) intimidatie door personeel of medeleerlingen.
Klachtenregeling
De school heeft een procedure waarin beschreven staat hoe de school omgaat met vragen, problemen en klachten. Wij noemen dat de ‘interne procedure’.
Elke vestiging heeft een contactpersoon die u hiervoor kunt aanspreken. Voor de Abbenbroekweg is dat dhr. L. Belt. Voor de Waalsdorperweg is dat dhr. W. Balsma.
In het geval dat de interne procedure geen oplossing heeft geboden kan een formele schriftelijke klacht worden ingediend bij het bestuur van onze school (voor de Abbenbroekweg) en bij de Raad van Toezicht voor de andere afdelingen. Het bestuur/de RvT schakelt dan de klachtencommissie van de VBS (Vereniging Bijzondere Scholen) in. Op dat moment treedt de z.g. ‘externe procedure’ in werking.
De procedures zijn opvraagbaar bij de administraties van de vestigingen.
Voor het aanmelden van leerlingen in het basisonderwijs kunt u contact opnemen met de administratie, op telefoonnummer 070 - 352 21 77. Voor leerlingen in het voortgezet onderwijs kunt u contact opnemen met de administratie, op telefoonnummer 070 - 324 43 00. Het aanmelden van leerlingen betekent nog niet dat de leerlingen daadwerkelijk ingeschreven worden.
Zie voor details het hoofdstuk over de desbetreffende leeftijd.
Indien een leerling de school verlaat dient deze vooraf schriftelijk afgemeld te worden. De ouders en de nieuwe school ontvangen hierna het onderwijskundig rapport. Bij verhuizing geldt eveneens dat het nieuwe adres vooraf schriftelijk aan school bekend gemaakt moet worden.
Belangrijkste schoolregels
Lesverzuim
• Voor een goede gang van zaken is het absoluut noodzakelijk dat ieder school- en lesverzuim zo spoedig mogelijk – maar uiterlijk vóór 9.00 uur ’s morgens – door de ouder/verzorger aan de schooladministratie wordt gemeld (ook indien de leerling uitwonend is). Een leerling die niet wordt afgemeld wordt als ongeoorloofd afwezig genoteerd. Dit kan bij de leerplichtambtenaar gemeld worden. Het opgeven van lesverzuim is wettelijk verplicht.
• Bij gedeeltelijke afwezigheid (doktersbezoek e.d.) wordt van tevoren een schriftelijke reden ingeleverd bij mevrouw Remmerswaal (klas 7 t/m 12) of mevrouw Blommaert (kleuters, klas 1 t/m 6). Als het enigszins kan worden dit soort afspraken buiten schooltijd gemaakt.
• Leerlingen die geblesseerd zijn, dienen zowel in de lessen lichamelijke opvoeding als in de euritmielessen aanwezig te zijn. Bij langdurige blessures kunnen er, na overleg met de betreffende docent(en), roosterveranderingen voor de betreffende leerling worden afgesproken m.b.t. bovengenoemde vakken.
• Verlof buiten de schoolvakanties is in principe niet mogelijk. Nadere informatie vindt u in de folder hierover van de Gemeente, die verkrijgbaar is op beide scholen.
Schorsing en verwijdering van leerlingen
Schorsing van leerlingen kan in sommige gevallen nodig zijn. Het meest effectief werkt dit wanneer met de ouders overeengekomen wordt om dit uiterste “middel” te gebruiken. Het geeft een korte tijd de gelegenheid om een nieuwe aanpak met de leerling en diens ouders overeen te komen. De periode waarvoor men kan schorsen bedraagt maximaal 5 dagen. Schorsing geschiedt altijd in overleg met de ouders/verzorgers en wordt schriftelijk bevestigd door de schoolleiding en het bevoegd gezag.
Verwijdering is ingewikkelder. Het is slechts mogelijk om een procedure tot verwijdering te starten wanneer:
• het gedrag van de leerling storend is;
• het gedrag van de ouders niet meewerkend is en dus storend werkt;
• een onverantwoord deel van de schoolorganisatie belast wordt met de zorg voor het kind.
Voor beide maatregelen geldt dat deze slechts door de schoolleiding (samen met het bevoegd gezag) uitgevoerd kunnen worden.
Klassenboek
De klassenboeken voor de onderbouw en middenbouw (klas 1 t/m 8) vallen onder verantwoording van de klassenleraar. De klassen 9 t/m 12 hebben geen klassenboek. Absenties worden door de leerkrachten per uur genoteerd en door de absentenadministratie verwerkt.
Absentie
Is een absentie door de ouders niet gemeld, dan wordt door de school contact met hen opgenomen. Ook gedeeltelijke afwezigheid wordt in het klassenboek geadministreerd. Met de ouders van frequente telaatkomers wordt door de school contact opgenomen. Hetzelfde geldt indien een leerling onevenredig veel verzuimt.
Pauzeregels
Voor een goede gang van zaken tijdens de pauzes, surveilleren de leraren bij toerbeurt op verschillende plaatsen in en om het schoolgebouw. Hiervoor is een rooster opgesteld.
Drugs en alcohol
Het gebruik van drugs en alcohol in en om de school is verboden; ook tijdens schoolgebonden activiteiten zoals werkweken, schoolfeesten e.d. Voor het schenken van alcohol tijdens schoolactiviteiten gelden speciale regels die per gelegenheid door de dagelijkse leiding worden vastgesteld.
Het ‘dealen’ van drugs, waaronder wordt verstaan: het verstrekken van, en bemiddelen in drugs – al dan niet tegen betaling – in en om de school is verboden. Ook tijdens schoolgebonden activiteiten.
Wanneer gebruik van drugs en alcohol tijdens schooltijden wordt geconstateerd volgt verwijdering uit de lessen. De ouders worden mondeling en schriftelijk op de hoogte gebracht. De leerling kan pas weer tot de lessen worden toegelaten na een gesprek met de ouders, leerling en dagelijkse leiding. Bij herhaling kan de leerling van de school worden verwijderd.
Bij het constateren van dealen zal de betreffende leerling zeker worden geschorst en mogelijkerwijs direct van school worden verwijderd. Deze procedure is in handen van de schoolleiding.
Roken
Roken in de schoolgebouwen is niet toegestaan. Op de Waalsdorperweg en Abbenbroekweg is buiten een hoek ingericht voor rokers. Daarbuiten is roken niet toegestaan.
Kauwgom, mobiele telefoons, camera’s, etc.
Kauwgom, discmans, MP3-spelers en andere geluidsdragers zijn in de lessen niet toegestaan. In de schoolgebouwen dienen mobiele telefoons uitgeschakeld te zijn. Er mag in en om de school niet gefilmd of gefotografeerd worden zonder toestemming van de DL.
Beschadigingen
Indien een leerling beschadigingen toebrengt aan schoolgebouw of inventaris zullen de kosten voor reparatie of vervanging alsmede de daaruit voortvloeiende administratiekosten bij de betreffende ouders/verzorgers in rekening worden gebracht.
Verder: zie de schoolgids en het leerlingenstatuut
Scholierenongevallenverzekering
De school heeft een collectieve scholierenongevallenverzekering afgesloten. De dekking geldt van/naar/tijdens school, inclusief schoolreizen en andere schoolactiviteiten.
De verzekerde bedragen per persoon zijn:
• € 2.268,90 (overlijden);
• € 9.075,60 (invaliditeit, bij ernstige invaliditeit max. € 31.764,62);
• € 453,78 (geneeskundige enof tandartskosten, voor zover deze kosten niet in aanmerking komen voor vergoeding onder een andere verzekering).
Ter vermijding van misverstanden wijzen wij erop dat materiële schade aan bijv. fiets, kleding e.d. niet onder deze verzekering valt. Mocht u een voorval te melden hebben, neemt u dan zo spoedig mogelijk na het ongeval contact op met de administratie aan de Waalsdorperweg.
Leermiddelen
Voor leerlingen van de 1e tm 6e klas worden bijna alle leermiddelen door de school verstrekt.
Alle leerlingen van klas 1 tm 12 dienen euritmieschoenen te hebben, met een dunne antislipzool, voorzien van hun naam. Deze euritmieschoenen zijn à € 5,67 via de school te verkrijgen. Leerlingen aan de Abbenbroekweg kunnen bij de heer Fehres deze schoenen aanschaffen, leerlingen aan de Waalsdorperweg via mevrouw Akkerman. Van de 3e klas af is het dragen van gymnastiekkleding verplicht, bij voorkeur een blauwe broek en een wit shirt. Gymschoenen met zwarte of blauwe zolen zijn niet toegestaan. Een handdoek is aan te bevelen. Vanaf de 7e klas wordt een trainingspak enof regenjack aangeraden naast de gewone gymkleding.
De leerlingen van alle klassen moeten in het bezit zijn van goede kleurpotloden, behalve voor de 1e klas: voor die leerlingen zullen door bemiddeling van de school Stockmar-krijtjes worden aangeschaft.
|
We
zoeken in elke ontmoeting met het kind
steeds opnieuw het ‘wordende’,
wat het raadsel ons vertellen wil.
|
||
| algemeen | ||
| periodes en vaklessen | ||
| klassen en klassenleraren | ||
| ouders | ||
| leerlingenzorg | ||
| waarheen met een probleem | ||
| aanmelden en uitschrijven | ||
| praktische zaken voor de hele school | ||