
In een eenheid jezelf kunnen zijn...
(Jamie, twaalfde klas)
|
De vrijeschoolleraar, de pedagogisch kunstenaar, ondergáát niet de droom, maar schépt hem. In plaats van stroomafwaarts met de droom te leven zoals de dromende doorsneemens doet, zoekt hij het brongebied op, waaruit droom en kunst beide gespijzigd worden. Vrij naar S. Vestdijk
|
||
| kleuteronderwijs | ||
| onderbouw | ||
| klassen in de basisschool | ||
| enkele praktische zaken voor de Abbenbroekweg | ||
Uitgangspunten
Een kleuter leert door te spelen en minder door wat hemhaar wordt uitgelegd. Veel van wat een kleuter zich eigen maakt gebeurt door nabootsing. Het spel bestaat uit het naspelen van wat het kind aan gebeurtenissen en handelingen meegemaakt heeft of wat hemhaar daarin heeft aangesproken.
In de kleuterklas krijgt het kind de ruimte en de tijd om te spelen en op die manier ontwikkelt het kind zich op verschillende gebieden. Het leert zijn plaats te vinden in de klas, en ook ruimte te geven aan andere kinderen.
In de kleutertijd is ook de fysieke ontwikkeling erg belangrijk. Daarom wordt er in de kleuterklas veel aandacht gegeven aan de beweging. Door te bewegen krijgt het kind beheersing over zijn lichaam en wordt de basis gelegd voor de verdere ontwikkeling wat betreft de grove en de fijne motoriek.
Ritme en herhaling
De vaste volgorde geeft veiligheid en vertrouwen en brengt structuur aan in de dag. Het dagritme brengt afwisseling in gezamenlijk en vrije activiteiten, er is steeds de afwisseling tussen beweging en rust.
Het weekritme legt accenten door bepaalde dagen met een vaste activiteit te verbinden bv. maandag schilderen, dinsdag broodbakken enz.
Het jaarritme met de seizoenen en de feesten is een bron van inspiratie voor sfeer verhalen en activiteiten in de kleuterklas. Kleuters zijn ontvankelijk voor wat groeit en bloeit, ze staan open naar de wereld, steeds weer zijn er momenten van eerbied voor de natuur. In de viering van de jaarfeesten wordt daar dankbaar gebruik van gemaakt.
Dankzij herhaling van verhalen, spelletjes, liedjes enz. krijgt het kind de mogelijkheid met de dingen vertrouwd te raken en zich ermee te verbinden.
Voorbeeld en nabootsing
Het zien en nabootsen van zinvolle handelingen.
Hiervoor zijn huishoudelijk en ambachtelijk werk zeer geschikt.
Materiaal
Het kind kan zijn eigen wereld scheppen door spelmateriaal waarmee de fantasie wordt aangesproken. Het aanbod van natuurlijk materiaal geeft het kind de zintuiglijke ervaring die voor zijn ontwikkeling nodig is.
Muziek en bewegen zijn met elkaar verbonden, zeker voor jonge kinderen. In de kleuterklas wordt veel gezongen. Ritme, maat en melodie spreken het kind aan. Gedurende de ochtend worden door de kleuterleidster liedjes ingezet. Dit gebeurt vaak terloops, zonder vooraankondiging. Vaak omlijst de kleuterleidster een overgang van de ene naar de andere activiteit door te zingen. Ook de verjaardagen en jaarfeesten kennen hun eigen rituelen en daarbij behorende liedjes en muziek.
In de kring of in een andere opstelling waarbij de kleuters de kleuterleidster goed kunnen zien, worden er handgebaarspelletjes gedaan. De kinderen bootsen met hun eigen vingers de bewegingen van juffies vingers na. Daarvoor is aandacht en concentratie van het kind nodig.
De vorm, kleur en aankleding van de kleuterklas zijn zo gekozen dat het kind zich geborgen kan voelen. Er zijn verschillende speelhoeken. Met houten rekken en speeldoeken kan gebouwd worden, ook zijn er kisten, planken en stronken om mee te sjouwen en te bouwen.
Daarnaast is er materiaal om te tekenen, te handwerken of te knutselen. Dagelijks wordt er buiten gespeeld en soms wordt er een wandeling gemaakt in de omgeving.
De praktijk - Een ochtend in de kleuterklas
Iedere ochtend is ingedeeld volgens een vast patroon. De volgorde van de activiteiten per dag kan verschillen per klas.
Nadat de ouders afscheid hebben genomen, begint de dag in de kring met het zingen van liedjes en een ochtendspreuk en daarna kringspelen of een ochtendspel. Er zijn ook klassen die direct na het binnenkomen beginnen met het vrije spel.
Het vrije spel neemt een belangrijke plaats in gedurende de ochtend. Een uur lang spelen de kinderen, daarna verzamelt de kleuterleidster de kinderen met een liedje of een spelletje om daarna samen de klas op te ruimen.
Als alles weer opgeruimd is, komen de kinderen in de kring en worden er handgebarenvingerspelletjes gedaan. Daarna gaan de kinderen aan de door hen zelf gedekte tafel, of zij gaan naar buiten, na eerst een stukje appel gegeten te hebben.
Na het buitenspelen is er tijd voor een gezamenlijke activiteit, afhankelijk van de dag van de week: tekenen, schilderen, broodbakken, boetseren. Een keer per week hebben de kleuters euritmie.
Buiten wordt er gespeeld op het klimrek, met karren gereden, in de zandbak gespeeld, geschommeld enz., tot het tijd is om naar binnen te gaan.
Aan het eind van de dag komen de kinderen bij elkaar in de kring en wordt door de kleuterleidster een verhaal verteld. Gewoonlijk wordt hetzelfde verhaal enkele weken achter elkaar verteld.
De dag wordt afgesloten met een lied of een spreuk. In de gang staan de ouders te wachten om hun kind weer mee naar huis te nemen of de kinderen worden opgehaald door een van de leidsters van de naschoolse opvang Tatatoek.
School en thuis, contact met ouders
De kleuterperiode is voor veel ouders de tijd waarin ze kennismaken met de pedagogie van de school. Belangrijk is dat deze kennismaking goed verloopt om zo in de toekomst een basis te zijn om op verder te bouwen. Voor de ouders zijn er de ouderavonden en daarnaast werkavonden om de viering van de jaarfeesten voor te bereiden. Op de ouderavonden krijgen ouders meer te horen over achtergronden en de pedagogie van de school en de mogelijkheid daarover in gesprek te komen. Op de werkavonden wordt er iets gemaakt voor het betreffende jaarfeest.
Werk- en ouderavonden zijn een goede mogelijkheid om de school en de ouders te leren kennen, zo zijn school en thuis geen aparte werelden, maar wordt er een brug geslagen, waardoor kinderen optimaal kunnen gedijen.
Ook bezoeken de kleuterleidsters minimaal een keer alle kleuters thuis.
Verder lezen? De overgang naar de eerste klas.
Uw kleuter of peuter aanmelden of op een wachtlijst plaatsen?
De klassen 1 tot en met 6 vormen de onderbouw. De school heeft twee parallelle stromen.
Als de kinderen naar de eerste klas gaan, krijgen ze twee lange dagen in de week (8.30 – 14.50 uur). Ook in de tweede klas hebben ze nog tweemaal een “lange dag”, op dezelfde dagen (maandag en donderdag, of dinsdag en vrijdag). Daarna gaan ze alle middagen naar school, op woensdag na.
In de onderbouw heeft de klas een vaste leerkracht die verschillende jaren achtereen, dikwijls zelfs zes jaren, bij de klas blijft. Zoals een kind ook thuis niet voortdurend van ouders wisselt, vinden we dat op school evenmin verstandig. Juist om kinderen goed in hun ontwikkeling te kunnen volgen en begeleiden, is die continuïteit noodzakelijk.
Op de lagere schoolleeftijd heeft het klassikaal onderwijzen meerwaarde. De kinderen worden als groep aangesproken, samen delen ze het plezier en het enthousiasme. Dat komt ook omdat de leerkracht niet uit een of ander methodeboek een lesje kopieert, maar zelf een les heeft voorbereid met materiaal dat hij zelf bij elkaar heeft gezocht Daar spreekt geestdrift uit en creativiteit, en dat voelt de klas. Dit is ook de leeftijd waarop de kinderen hun sociale vermogens leren te ontwikkelen.
Pedagogisch uitgangspunt: woord en beeld
De leerkracht brengt de lessen op zo’n manier dat de kinderen zich beelden kunnen vormen die zij in hun belevingswereld kunnen inpassen. Door de beelden maken zij zich de onderwerpen eigen, maar ook door te doen, door beweging bijvoorbeeld, of schilderend en boetserend.
Bij het rekenen gebruik je kralen of kastanjes. Bij het delen zaag je een tak in stukjes of verdeel je een koek. De leerkracht stelt praktische vragen en laat de kinderen oplossingen bedenken. Ze leren van elke tafel van vermenigvuldiging het karakter, ze passen en meten, ze schatten en berekenen.
De kracht van de taal hoor je in verhalen en door ze zelf te vertellen, bij het toneelspel, door het opzeggen van gedichten en door gedichten te maken. En natuurlijk leer je ook spellen en zinsontleding.
Wereldoriëntatie begint met om je heen kijken en je verbazen. Plantjes zoeken in de duinen, een plattegrond van de school tekenen, een spreekbeurt verzorgen over je lievelingsdier of zelf met touwtjes een intercom knutselen.
Dit soort ontdekkend en interactief leren van de periode wordt altijd door de eigen leerkracht gegeven.
Daarnaast geeft de klassenleraar ook oefenuren. Hierbij gaat het om taaloefeningen, rekenopgaven, begrijpend lezen, spelling en schrijven. Of de kinderen de leerstof beheersen wordt ook (diagnostisch) getoetst.
Ten slotte zijn er nog vakleerkrachten voor bijvoorbeeld euritmie, gymnastiek, muziek, handwerken en godsdienst, die op vaste tijden in de klas komen.
Getuigschriften
Aan het eind van ieder schooljaar krijgen de leerlingen geen rapport maar een getuigschrift. In het getuigschrift van de onderbouw beschrijft de klassenleraar hoe het kind zich ontwikkelt. Deze probeert om een zo objectief mogelijk beeld van het kind te geven, met alle sterke en zwakke kanten. Daarnaast beschrijft zijhij per vak hoe het kind de stof opneemt. De vakleerkrachten doen dat voor het vak dat zij geven. Wat de leerkrachten hier schrijven is in de eerste plaats voor de ouders bedoeld. Voor elke leerling schrijft de klassenleerkracht een toepasselijke gedicht of verhaal, gewoonlijk ontleend aan de vertelstof van het afgesloten jaar.
Toetsen en testen
In de kleuterklas tot en met de tweede klas wordt gewerkt met zgn. observatielijsten die door de leerkracht worden bijgehouden. Aan de hand van vastgestelde criteria wordt in het didactisch overleg bepaald of er aanleiding is voor speciale zorg.
Van de 1e tm de 6e klas wordt jaarlijks een aantal toetsen afgenomen. De resultaten worden bijgehouden in het leerlingvolgsysteem. Ze worden tweemaal per jaar besproken in het didactisch overleg. Wanneer er sprake is van achterstanden wordt hier vastgesteld of een leerling speciale aandacht nodig heeft. De leerling kan worden getest door de schoolbegeleidingsdienst als er duidelijke zorg is.
Meer weten? Zie de nota ‘toetsbeleid’, ter inzage op school.
Leerlingenzorg in de basisschool
(Zie ook leerlingenzorg in het algemeen)
Vanaf de opname in de kleuterklas wordt de ontwikkeling van de
leerlingen gevolgd door de kleuterjuf. Tweemaal per jaar worden
per leerling observatielijsten ingevuld. De resultaten worden bijgehouden
in het leerlingvolgsysteem. De kleuterjuffen hebben regelmatig
contact met de ouders over de ontwikkeling van hun kind
en brengen hen op de hoogte als er aanleiding tot zorg is.
Vanaf klas 1 t/m 6 (onderbouw) is de klassenleerkracht verantwoordelijk
voor het volgen van de ontwikkeling. Eens per twee
maanden heeft de klassenleerkracht overleg met de intern begeleider.
De intern begeleider komt kijken in de klassen en adviseert de
klassenleerkracht met betrekking tot de leerlingen die extra zorg
behoeven. Tweemaal per jaar worden er toetsen afgenomen op het
gebied van taal en rekenen en éénmaal per jaar vullen de leerkrachten
een observatielijst in over de sociaal-emotionele en
motorische ontwikkeling. De uitkomsten daarvan worden besproken
in het halfjaarlijkse didactisch overleg. De klassenleerkrachten
houden de ouders op de hoogte van de ontwikkeling van hun kind
en eventuele zorgen. Eénmaal per jaar vinden er tafeltjesavonden
plaats waar specifiek naar de leervorderingen wordt gekeken.
Als een leerling extra zorg behoeft, zet de internbegeleider samen
met de klassenleerkracht de lijnen uit. De zorg kan plaatsvinden
op de volgende niveau's:
In de klas door de klassenleerkracht. Samen met de intern begeleider
wordt een handelingsplan opgesteld en een evaluatie afgesproken.
Buiten klassenverband in een speciaal zorguur door de klassenleerkracht
op basis van een handelingsplan.
Na aanvraag door de klassenleerkracht bij het zorgteam kan de
volgende hulp binnen school geboden worden: euritmietherapie,
remedial teaching, consult bij de schoolarts.
Hulp door externe deskundigen: preventief ambulante begeleiding
vanuit het samenwerkingsverband, een onderzoek door de
Begeleidingsdienst voor vrijescholen, verwijzing naar huisarts en
medische behandelingen.
Verwijzing naar speciaal basisonderwijs (Tobiasschool) of speciaal
onderwijs (clusterscholen)
Voor kinderen met leerlinggebonden financiering is er een speciale
procedure die begeleid wordt vanuit een Regionaal Expertise
Centrum.
De klassenleerkracht houdt de ouders op de hoogte van de geboden
zorg en de evaluatie daarvan. Er vindt geen zorg buiten de klas
plaats zonder toestemming van de ouders. Van alle binnen school
geboden zorg wordt een verslag gemaakt dat in het leerlingendossier
wordt opgeborgen.
Dyslexie
Schooljaar 2007-08 is een vernieuwd dyslexieprotocol ingevoerd
en voor de leerlingen die daarvoor in aanmerking komen, wordt in
de zesde klas een dyslexieverklaring verzorgd.
Meer weten? Zie de nota ‘Leerlingenzorg basisonderwijs’.
GGD
De GGD verzorgt een algemene screening van 5-jarigen en 10-
jarigen. De ouders krijgen een uitnodiging voor het onderzoek, dat
plaats vindt op de locatie van de GGD, Doornstraat 415, 2584 AP
Den Haag, 070-3824424. Er is regelmatig contact tussen school en
de GGD.
Vertelstof – Motieven voor het jaar
De leerstof of ontwikkelingsstof is erop gericht dat het kind bepaalde kennis en vaardigheden verwerft. Een onderdeel daarvan is de vertelstof.
Elke klas heeft een eigen thema. Het zijn verhalen uit de geschiedenis van de mens en mensheid die aansluiten bij de ontwikkeling die de kinderen doormaken. Soms kan de vertelstof ondersteunend werken bij de leerstof (bijvoorbeeld: het leren van de letters aan de hand van een sprookje). Elk jaar wordt één van de verhalen als toneelstuk voor de ouders opgevoerd.
In de eerste klas (6-7 jaar) zijn het de sprookjes die centraal staan.
In de tweede klas (7-8 jaar) krijgen de kinderen fabels en heiligenlegenden. Fabels schetsen de minder mooie karaktertrekken van de mensen in verhalen over dieren. De heiligenlegenden vertellen hoe mensen hun eigen zwakheid kunnen overwinnen en hun leven in dienst kunnen stellen van iets hogers.
In de derde klas (8-9 jaar) staat het Oude Testament centraal, in de vierde klas (9-10 jaar) de Germaanse mythologie.
In de vijfde klas (10-11 jaar) zijn de Griekse goden- en heldensagen aan de beurt, maar ook de oud-Indische, de Babylonische en Egyptische cultuurgeschiedenis worden behandeld.
In de zesde klas (11-12 jaar) staan de Romeinen centraal. Hier gaat mythologie definitief over in geschiedenis: na de Romeinen komen de Middeleeuwen.
De geschiedenismotieven in de zevende klas, achtste klas en de bovenbouw kunt u hierachter vinden.
Vakken
De kinderen krijgen naast het periodeonderwijs vanaf de eerste klas muziek, handwerken, euritmie, godsdienst , Duits en Engels. Later krijgen ze ook gymnastiek, Frans en handenarbeid. In de derde klas volgen de leerlingen de door de gemeente verzorgde zwemlessen. In klas 5 en 6 vindt in de eigen schooltuin tuinbouwonderwijs plaats.
De vakken euritmie en vormtekenen kent alleen de vrijeschool.
Fietsenstalling
De leerlingen van de klassen 1 tm 5 plaatsen hun fietsen in de fietsenkelder; de 6e klas in de rekken op de parkeerplaats aan de Abbenbroekweg. Wanneer de kelder gesloten is kunt u de sleutel bij het kantoor afhalen.
Ouderruimte
Aan de Abbenbroekweg is een ouderruimte. Hier kunnen ouders informatie vinden over de hele school (o.a. notulen en agenda schoolcontact). Daarnaast wordt er op woensdag en vrijdag koffie geschonken tussen 8.30 uur en 9.00 uur. Op die tijden zijn in deze ruimte de bibliotheek en het ideeënwinkeltje Oberon geopend.
Gevonden voorwerpen
Deze kunnen afgegeven worden in het kantoortje. Grote dingen worden bewaard in een mand nabij de ingang en blijven daar maximaal 2 weken liggen. Daarna gaan ze in de KICI kledingcontainer.
Gebouwbeheer
Het gebouw wordt dagelijks schoon gemaakt door een schoonmaakbedrijf. De leslokalen krijgen éénmaal per week een grote beurt. In een aantal lagere klassen wordt op vrijwillige basis aan de ouders gevraagd om mede zorg te dragen voor de klas. Voor klachten en opmerkingen betreffende het gebouw kunt u in het kantoortje een logboek vinden.
Leertijd
Conform de regelgeving per augustus 2006 bedraagt de totale leertijd over 8 leerjaren 7530 uur.
Zwemles
De leerlingen van de 3e klas hebben zwemles op een vast roosteruur in de week. Voor leerlingen van de 4e klas die nog geen diploma hebben is er een vangconstructie, waardoor deze kinderen alsnog een diploma kunnen behalen.
Leerlinggebonden financiering
De nieuwe wet op de leerlinggebonden financiering voor het primair onderwijs maakt dat kinderen met een handicap aangemeld kunnen worden. De ouders van deze kinderen beschikken over een indicatiestelling, waardoor er een budget verleend is door de Commissie voor Indicatiestelling. Dit houdt in dat de school voor een halve dag per week extra formatie krijgt en een halve dag per week begeleiding vanuit het speciaal onderwijs kan krijgen.
De speciale scholen voor basisonderwijs verenigen zich in een Regionaal Expertise Centrum. Dit begeleidt het proces rond de aanmelding en het opstellen van een handelingsplan in het geval er tot plaatsing wordt overgegaan. Wij bekijken als school al deze ontwikkelingen met grote zorgvuldigheid. De grootte van de betreffende klas, de reeds aanwezige zorgvraag en de aard van de problematiek bepalen voor de school of plaatsing wel of niet verantwoord is. De interne begeleider zal bovenstaand proces door middel van een stappenplan begeleiden.
![]() |
![]() |
||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||