Visie en uitgangspunten
Wij willen een vrije school zijn.
Wij behoeden enerzijds de geborgenheid van onze leerlingen, anderzijds stimuleren
we hun zelfstandigheid, in spel en creativiteit, in de omgang met elkaar
in de klas en in het leren. Zo ontdekken ze in de loop van hun schooltijd
waar ze uit vrijheid kunnen handelen en leren ze de vrijheid van de ander
te respecteren.
Wij willen onze leerlingen aanzetten tot gezonde zelfontplooiing door te
leren met hoofd, hart en handen.
Wij gaan ervan uit dat ieder mens eigen ontwikkelingsmogelijkheden in zich
draagt. Wij zien het als een uitdaging om die impuls te herkennen en te stimuleren.
In het vrijeschoolleerplan ligt de basis voor een gezonde zelfontplooiing.
De leerling krijgt daardoor zoveel mogelijk ruimte voor een eigen accent
in de harmonie tussen hoofd, hart en handen.
Wij zijn een hechte, veilige schoolgemeenschap waarin de kwaliteiten van
leerlingen en leraren zichtbaar worden.
Wij vinden het belangrijk om met elkaar een sociaal geheel te vormen, waarin
je je veilig kunt voelen en je leert open te stellen voor de ander. Daarom
houden wij de klassen (als gemeenschap van kinderen, leerkracht en ouders)
zo lang mogelijk bij elkaar en kennen wij op school veel sociale activiteiten,
van bijv. toneelspelen met je klas tot en met het vieren van jaarfeesten
met de hele schoolgemeenschap.
Wij bieden onze leerlingen kennis en vaardigheden om hun eigen weg te vinden.
Wij willen dat de leerlingen de kennis en vaardigheden opdoen die de maatschappij
van hen vraagt als zij van school komen. Daarom begeleiden wij hen naar
een examen of ander vervolgonderwijs. Maar het het leven is meer dan examen
doen. De samenleving heeft behoefte aan mensen die de moed hebben hun mening
te geven en verantwoordelijkheid te nemen, mensen met gevoel voor het sociale
en met de fantasie om ook buiten de gebaande paden te treden.
Meer weten over algemene achtergronden?
Gezamenlijk leerplan en individuele leerroute
Wij bieden de kinderen een veilige ‘werkplaats’ waar ze hun
denken, voelen en handelen kunnen ontwikkelen, met een spiritueel, moreel
en praktisch geaard leerplan. De lesstof wordt ontworpen voor de leeftijd
en ontwikkelingsfase van de klas. In principe gaan alle kinderen over naar
een volgende klas.
Vier stadia in de ontwikkeling van onze leerlingen vormen een afdeling met
een eigen pedagogie in onze school:
In het sociale leven van de groep ontmoeten leerlingen elkaar en door de vele klassenactiviteiten leren ze elkaar respecteren in de eigen kwaliteiten.
Het lesaanbod verwerkt elke leerling op een eigen niveau en een eigen manier.
Van de meeste lessen worden eigen ‘leerboeken’, (periode)schriften,
creatieve producten en werkstukken gemaakt. In de hogere klassen van het
voortgezet onderwijs gebruiken we ook methodes en leerboeken.
De leerroute kiezen de leerlingen in de bovenbouw zelf: vanaf de tiende klas
zijn er verschillende trajecten mogelijk. (Afgezien van de Praktische Stroom,
die van klas 7-10 een aparte leerroute vormt, en de Interdisciplinaire Stroom,
waarvan profiel en uitwerking komend kalenderjaar in grote lijnen vastgesteld
zal worden.) Van elke klas haalt ruim driekwart van de leerlingen een vwo-
of havo-examen in één van de vier profielen, en de anderen
een vmbo-t examen, maar het tempo waarin dat gebeurt, verschilt.
Hoofd, hart en handen
Kleuters moeten ruimte krijgen om veel te spelen. Het is goed voor een kind
om in een klas te groeien van jongste kleuter naar oudste kleuter en om
dan zelf te ervaren dat je toe bent aan iets anders. Met zelfvertrouwen
kan het kind dan de moedige sprong maken naar de eerste klas.
De kinderen leren vanzelfsprekend rekenen en schrijven. Ze krijgen les in
vreemde talen, in aardrijkskunde en geschiedenis. Ze krijgen ook veel kunstzinnig
en praktisch onderwijs.
Pubers bekwamen zich in vakken als wiskunde, scheikunde, economie en biologie.
Onze leerlingen voldoen aan de eisen die voor examens gelden, gezien de slagingspercentages, maar deze resultaten vormen geen garantie voor het bereiken van onze doelstellingen. Ontwikkeling in de breedste zin is gebaat bij een open en stimulerende leeromgeving waarin ook plaats is voor andere vermogens. Deze zijn veel moeilijker te becijferen, maar worden in de jaarlijkse getuigschriften onder woorden gebracht.
Er worden veel uitdagingen geboden om individueel of met de klas tot stand
te brengen: werkstukken, toneelstukken, kampen, kooruitvoeringen en stages.
Zulke veelzijdige projecten vragen om intellectuele inzet, om respectvol
overleg en om daadkrachtig aan de slag te gaan.
Muziek en toneel, schilderen, handenarbeid en euritmie (bewegingskunst) zijn
niet alleen bedoeld om de creativiteit te stimuleren, ze dragen ook bij aan
een veelzijdige en evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling. Aan de ontwikkeling
van hoofd (verstand), hart (gevoel) en handen (daadkracht).
Wij vinden de inspiratie voor dit onderwijs in de antroposofisch georiënteerde kinder- en jeugdpsychologie en vormen hiermee een eigentijdse vrijeschoolpedagogie.