Talen
Parcivalperiode (elfde klas)
De periode dankt zijn naam aan een uitermate beroemd en boeiend middeleeuws epos.
De hoofdpersoon ervan leert dankzij vele ontmoetingen zijn weg te vinden om
zichzelf te worden. Dat is ook het doel van de vrijeschool: worden wie je bent.
Als elfdeklasser kun je een geheel eigen kijk krijgen op wie jij aan het worden
bent bij de gesprekken over en de eigen kunstzinnige verwerkingen van die ontmoetingen.
De laatste jaren is er elk jaar een algemene ouderavond rond Pasen om iets
te ervaren van deze bijzondere periode.
Lezen over Parzival en/of de graal?
Boron, Robert de: Merlijn, verkondiger van de graal. Christofoor.
Een Arthurverhaal uit de 12e eeuw. Vertaald uit het Frans
Eschenbach, Wolfram von: Parzival., Christofoor, uitverkocht. Vert. L. Beuger.
Nieuwe druk Ambo/Atheneum.
Haar, Jaap ter: Parcival, Ridderroman, plm. 12 jaar e.o.
Matthews, John: Sources of the Grail. Floris Books. Rijke verzameling van verhalen
rondom de Graal.
Meyer, Rudolf: Het mysterie van de graal Van “Wat is de graal? tot “Richard
Wagners Graalsboodschap”, een zeer compleet boek. Deze Nederlandse vertaling
is verschenen bij Christofoor.

De docent Duits leest voor en speelt
daarbij bijna toneel - Goethes Faust (deel I) in zijn geheel in de elfde
klas. De leerlingen maken daarbij hun eigen Duitse uitwerking.
NEDERLANDS
Zevende klas
De taalvaardigheid wordt geoefend door middel van leesteksten,
schrijfopdrachten en taalspelletjes. Opstellen en brieven met gerichte
aandachtspunten. Herhaling en uitbreiding van redekundig en taalkundig ontleden,
en spelling. Gedichten reciteren, spreekbeurten en het vertellen van verhalen.
Boeken met als thema ‘ontdekkingsreizen’.
Achtste klas
Het ‘skelet’ van de taal is een leidraad: grammatica,
spelling, synoniemen en homoniemen, woordenschat, taal en cultuur. Kranten,
tijdschriften, de invloed van de media en zelf journalistiek bedrijven. De
taal wordt vooral zakelijk gebruikt, maar daarnaast ook ‘subjectief’.
Via de jeugdliteratuur wordt de werkelijkheid van de wereld vanuit de waarneming
en vanuit de belevingswereld geleidelijk bewust gemaakt. Boeken over historische,
sociale en filosofische thema’s. Daarnaast worden er gedichten gemaakt
en behandeld, bijvoorbeeld lange verhalende balladen en ultrakorte natuurbeschrijvingen.
Negende klas
Overgang naar de volissenenliteratuur via
lectuur en humoristische verhalen. De literatuurgeschiedenis van de 18e en
19e eeuw met hun invloed tot in de moderne tijd wordt behandeld, met de nadruk
op Rationalisme en Romantiek: de uitersten van ‘zwei Seelen in einem Brust’.
De basisbegrippen uit de grammatica en spelling worden verder geoefend, o.a.
met samengestelde zinnen. Een uitgebreide vorming en oefenmethode in de stijlbeheersing
vindt plaats, aangelopen vanuit de humor.
Tiende klas
Het genre van de poëzie biedt de mogelijkheid om gevoelens en gedachten,
die diepte en intensiteit gekrijgen hebben, te uiten; begrippen, versanalyse én
zelf gedichten schrijven krijgen de volle aandacht. Deze periode hoort ook
bij het vak kunstgeschiedenis.
De literatuurgeschiedenis van de Middeleeuwen met zijn tegenstelling tussen
de oudere voorhoofse heldenverhalen en de individuele hoofse thematiek wordt
uitgebreid behandeld.
De boekversliggen komen op niveau dankzij een cursus verhaalbegrippen. Aandacht
voor de periode 1880-1920, met een accent op L. Couperus.
Elfde klas
Van het centrale genre in de elfde klas,
het toneel, wordt de geschiedenis geheel doorlopen, zie toneel.
In een oeuvre-werkstuk over één literaire auteur worden vier
tot vijf boeken op een zelf gekozen thema vergeleken. Met een examenvoorbereidende
leergang tekstanalyse wordt een begin gemaakt; het spreken voor een groep
wordt geoefend.
In de vakoverstijgende Parcivalperiode staat het verwerven van een moreel
oordeel centraal, aan de hand van deze Middeleeuwse zoektocht naar de wetten
van het lot.
Twaalfde klas
De eigentijdse én de wereldliteratuur
wordt onder de loep genomen: kritisch en vanuit het overzicht. Het individuele
oordeel wordt in de twaalfde klas genuanceerd en aan de gelegenheid aangepast
gebracht: beschouwen staat centraal. De tekstanalyse evenals het spreken
voor een groep worden verder geoefend.
ENGELS
Zevende klas
Aan de hand van het idioom wordt het “leren hoe te leren” geoefend.
De literaire en culturele aspecten van de taal worden geïntroduceerd
door het reciteren, schrijven en lezen van dichtwerken en verzen. De elementaire
regels van de grammatica worden geleerd en toegepast. Een leesboek wordt
klassikaal behandeld.
Achtste klas
Het literaire aspect wordt behandeld aan de hand van de Engelse Ballades.
Grammatica wordt uitgebreid met o.a. de sterke werkwoorden en de hulpwerkwoorden
to Be, to Have en to Do. Er wordt een spreekbeurt gehouden en een boekverslag
gemaakt. Klassikaal wordt een boek gelezen.
Negende klas
Centraal staan gedichten, verhalen en geluid- en beeldfragmenten waarin de
humor centraal staat. Kennis van grammatica en idioom worden uitgebreid,
ingeslepen en op regelmatige basis getoetst. Opnieuw een spreekbeurt, een
boekverslag en een klassikaal leesboek.
Tiende klas
Met literatuur wordt de nadruk gelegd op de ‘Romantic Period’(
1789-1840). Kennis van grammatica en idioom worden uitgebreid. Luister- en
spreekvaardigheidsoefeningen. Er wordt een spreekbeurt gehouden en een boekverslag
gemaakt.
Elfde klas
De geschiedenis van de taal en het volk wordt geïllustreerd aan de hand
van bekende literaire werken en stromingen tot en met de tijd van Shakespeare.
Kennis van grammatica en idioom worden uitgebreid. Tekstverklaring en spreekbeurten
over gelezen literaire werken. Er worden boekverslagen voor het leesdossier
gemaakt.
Twaalfde klas
De ontwikkeling van de moderne roman in de twintigste eeuw staat centraal.
Het beluisteren en het lezen van teksten en het beantwoorden van vragen
wordt geoefend. Kennis van grammatica en idioom wordt uitgebreid, ingeslepen
en regelmatig getoetst. Spreekbeurten over gelezen literaire werken worden
gehouden en er worden boekverslagen voor het leesdossier gemaakt.
DUITS
Zevende klas
Aan de hand van de sterke werkwoorden wordt het “leren hoe te leren” wekelijks
geoefend. De literaire en culturele kennis van de taal wordt geleerd door
het spreken, schrijven en lezen van één of meerdere dichtwerken.
Het toepassen van de taal en het gebruik van werkwoorden, zelfstandige en
bijvoeglijke naamwoorden wordt geoefend via dialogen, vaak in de vorm van
toneelstukjes.
Achtste klas
Aan de hand van de directe omgeving, o.a. de klas en het eigen lichaam, worden
de geslachten van de zelfstandige naamwoorden geleerd. De lidwoorden en
de bijbehorende naamvallen worden ingestudeerd. M.b.v. gesprekken worden
de toepassingen van de voorzetsels en m.n de zwakke werkwoorden geoefend.
Aan de hand van literaire teksten (zoals ‘Krabat’ van O. Preussler)
wordt het spreken en lezen van, en luisteren naar de taal toegepast.
Negende klas
Het toepassen van de sterke werkwoorden, bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden
via het beschrijven van tekeningen en foto’s. Zo ook worden de persoonlijke
voornaamwoorden en de spellingsregels geoefend. De literaire vaardigheden
worden door middel van het lezen van korte verhalen uitgebreid. Het spreken
van de taal en het luisteren ernaar krijgt aandacht via het houden van
een spreekbeurt.
Tiende klas
De modale werkwoorden staan centraal. De grammatica die in de afgelopen jaren
geleerd werd, dient verder geoefend te worden en zelfstandig gecorrigeerd
te worden. Korte verhalen worden gelezen en beluisterd, en vragen over
de inhouden dienen schriftelijk beantwoord te worden. Correspondentie wordt
geoefend. Zelfstandig worden er boeken gelezen en via een spreekbeurt gepresenteerd.
Elementaire gespreksvaardigheden worden getoetst in een mondeling examen.
Elfde klas
Literatuurgeschiedenis wordt aan de hand van schrijvers en hun werk behandeld.
Dit wordt voortgezet in de vorm van een werkstuk over een boek of toneelstuk.
Scènes uit toneelstukken (zoals Goethes Faust) worden nagespeeld.
De grammatica wordt verder uitgewerkt. Het oefenen van het schrijven van
brieven krijgt aandacht. Door middel van een spreekbeurt wordt het inzicht
en de vaardigheid van de taal neergezet.
In de profiellessen vindt uitbreiding van de stof
plaats en extra oefening, met de nadruk op literatuur, grammatica, schrijf-
en spreekvaardigheid.
Twaalfde klas
Het schrijven van brieven wordt verder uitgewerkt. Het beluisteren en het
lezen van teksten en het beantwoorden van vragen wordt geoefend. Het lezen
van een aantal boeken en het schrijven van verslagen hierover vindt plaats.
Individueel wordt een spreekbeurt gehouden over een thema dat in direct
verband staat met het taalgebied. Dialogen worden geoefend en het leren
van idioom staat centraal. De grammaticaregels worden herhaald.
In de profiellessen vindt uitbreiding van de stof
plaats en extra oefening, met de nadruk op literatuur, grammatica , schrijf-
en spreekvaardigheid.
FRANS
Zevende klas
De nadruk ligt op tekstbegrip en uitspraak. Aan de hand van korte en langere, zoveel mogelijk poëtische, teksten wordt gewerkt aan voorlezen en vertalen, reciteren, antwoorden op vragen, luisteren naar de stem, intonatie en uitspraak van de docent en aan het schrijven van korte zinnen, waarbij het geleerde vocabulaire toegepast moet worden. Van de grammatica worden behandeld: lidwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, zelfstandige naamwoorden en bezittelijke voornaamwoorden.
Achtste, negende en tiende klas
In deze drie klassen ligt de nadruk op tekstbegrip, uitspraak en spreekvaardigheid.
De stem, uitspraak en intonatie van de docent bleef van belang, de keuze
van teksten moet de leerling inspireren. De teksten worden nog gedeeltelijk
letterlijk vertaald.
Als leidraad wordt de methode ‘Franconville H/V’ gebruikt. Grammatica
en vocabulaire worden gestructureerd aangebieden, de oefeningen maakten een
grote variëteit aan werkvormen mogelijk. Eind tiende klas worden toetsen
schrijfvaardigheid en luistervaardigheid afgenomen.
Elfde en twaalfde klas
Naast krantenartikelen uit ‘Le Monde’ worden teksten gelezen
en behandeld uit het Absurdisme (bijv. Ionesco) en uit het Existentialisme:
van Sartre, Camus en A.de Saint Exupery.
In deze klassen vinden veel lees-, spreek-, luister- en schrijfoefeningen
ter voorbereiding op het examen plaats. Eind elfde klas worden spreek- en
schrijfvaardigheid getoetst. Als leidraad wordt de methode ‘Libre Service
H/V’ gebruikt.
In de profiellessen vindt uitbreiding van de stof
plaats en extra oefening, met de nadruk op literatuur, grammatica en spreekvaardigheid.