Negende klas: 14–15 jaar

De nieuwe zielenkrachten van de puber zoeken uitwegen die variëren van verscholen stilte naar hevig extravert gedrag. Meer dan bij zichzelf ziet de jongere bij de ander kenmerken die een sterke antipathie of sympathie oproepen. De jongere kan bijvoorbeeld verzeild raken in conflicten of wordt hevig verliefd.  In vele vakken wordt via de zintuigen het objectieve waarnemen geschoold en het praktisch oordeelsvermogen ontwikkeld.

Concrete zekerheden worden afgetast in de geologische aardrijkskunde: het vulkanisme wordt behandeld, wat mooi aansluit bij het explosieve karakter van deze leeftijd. Bij tekenen wordt het licht-donker geoefend. Van een blok gereedschapsstaal wordt met de hand een hamer of tang vervaardigd. Door de omwentelingen die zij innerlijk zelf meemaken, kunnen de leerlingen zich goed verbinden met de revoluties die -evenals de Verlichting -aan de orde komen bij geschiedenis.