Excacte vakken

Praktische opdracht: landmeten
In de tiende klas wordt een landmeetweek gehouden. Daarbij worden vele bij wiskunde en aardrijkskunde geleerde principes in de praktijk geoefend om met echte instrumenten een beekdal of meertje exact in kaart te brengen. De leerlingen zijn daarvoor een volle week in touw. Er wordt gelogeerd in een kampeerboerderij, de laatste jaren in Limburg, Gelderland of Brabant.

Eindpresentatie
In het kader van het wiskundeonderwijs sluiten de leerlingen hun schoolloopbaan af met een huizenbouwperiode.
Om te beginnen wordt een ontwerp in klei geboetseerd. Daarna wordt een plattegrond geconstrueerd, met realistische maatvoering. Dat is al lastig, maar dan wordt de plattegrond in perspectief gezet, waarbij alle wiskundige vaardigheden nogmaals toegepast worden.
De zelfontworpen huizen worden met tekeningen en een model tentoongesteld.



WISKUNDE
Alle leerlingen volgen het wiskunde-onderwijs. De leerstof wordt in de eerste plaats gedacht als mogelijk ontwikkelingsmiddel, aangepast aan de levensfasen van de leerling.

Zevende en achtste klas
Elementaire bewerkingen, ontbinden in factoren, bewerkingen van breuken, negatieve getallen, wortels/wortelvormen. Meetkunde: congruentie, gelijkvormigheid, vermenigvuldigen, evenredigheden, stelling van Pythagoras en toepassingen, eigenschappen van lijnstukken en hoeken in de cirkel, platonische en archimedische lichamen, perspectiefconstructies.

Negende klas
Combinatieleer, kansrekening, irrationele getallen, vergelijkingen van de 1e en 2e graad. Meetkunde: goniometrie, machtstelling, bijzondere lijnen in driehoek en vierhoek, transformaties in het platte vlak.

Tiende klas
Functies en grafieken (o.a. lineaire, kwadratische en lineair gebroken functies). Rijen (o.a. rekenkundige en meetkundige rijen en logaritmen met toepassingen). Ruimtemeetkunde: bepalen van doorsnijdingen van vlakken en lijnen, vlakken en lichamen. Oppervlak en inhoud van ruimtelichamen.

Landmeten: in een werkweek is de theoretische goniometrie verbonden met hoeken, hoogtes en afstanden die met precisie-instrumenten worden opgemeten. De meetgegevens worden eerst mathematisch verwerkt en daarna in een kaart van het terrein omgezet.

Elfde klas
Beginselen van differentiaal- en integraalrekenen. Ruimtemeetkunde: cilinder, kegel, bol en hun doorsnijdingen met een vlak, oppervlakte- en inhoudsberekeningen ervan. Projectieve meetkunde.

Twaalfde klas
Uitbreiding van de elfde klas. Complexe getallen. Capita selecta.

Huizenbouw: in het kader van het wiskundeonderwijs sluiten de leerlingen hun schoolloopbaan af met een huizenbouwperiode. Om te beginnen wordt een ontwerp in klei geboetseerd. Daarna wordt een plattegrond geconstrueerd, met realistische maatvoering. Dat is al lastig, maar dan wordt de plattegrond in perspectief gezet, waarbij alle wiskundige vaardigheden nogmaals toegepast moeten worden. De zelf ontworpen huizen worden tentoongesteld.

NATUURKUNDE
Tot en met de zesde klas wordt gestreefd naar een steeds completer begrip van de meer alledaagse techniek voor zover die gebaseerd is op principes van mechanica, hydrostatica, luchtdruk, warmte en elektriciteit. Uitgangspunt hierbij is het begrip van de dingen om ons heen. De natuurkundige inhoud is dus meer kwalitatief van aard, dan kwantitatief.

Zevende klas
De proeven hebben het karakter van experimenten. Verwondering over de wereld om ons heen moet ontstaan voordat er mee kan worden gerekend. Uit de conclusies volgen de wetten van de mechanica (toegepast op bijv. windkrachten, elastische krachten en botsingskrachten). Deze wetten worden verder uitgewerkt bij het begrijpen van de werking van o.a. hefbomen en katrollen. Hierbij wordt de momentenstelling behandeld en er wordt met formules gerekend.

Achtste klas
De wetmatigheden van de materie komen aan bod. Begrippen als soortelijke massa, gewicht, drijven, zinken en zweven, worden met behulp van de wet van Archimedes begrepen en berekend. Ook luchtdruk en de luchtballon en de PET-raket komen aan bod. Verder de aggregatietoestanden, stollingswarmte en vriespunt.

Negende klas
De elektriciteit staat centraal. Zowel de kwantitatieve begrippen als stroom, spanning, weerstand en vermogen als het opwekken van elektriciteit, statische elektriciteit, de batterij en de dynamo en hun huidige toepassingen komen aan bod.

Tiende klas
Vooral de bewegingswetten uit de mechanica worden onderzocht. Formules worden afgeleid en bewegingen in grafieken verwerkt. Eenparig (versnelde) rechtlijnige bewegingen, slingerbewegingen en ronddraaiende bewegingen. Combinaties van bewegingen en denkexperimenten over het waarnemen van beweging.

In de profiellessen wordt verder geoefend in de kwantitatieve aspecten van de stof waarbij de nadruk ligt op de elektriciteit en de kinematica.

Elfde klas
De verschijnselen van elektriciteit, computertechniek, magnetisme en radioactiviteit worden zowel op modelmatige manier als vanuit de fenomenen onderzocht. Ook elektronica en kernenergie komen aan de orde. Vanuit het atoommodel en de begrippen van de kwantummechanica naar de oerknal, het zwarte gat en de begrippen van de relativiteit.

In de profiellessen worden vnl. de kwantitatieve aspecten geoefend aan de hand van de examenstof. Indien nodig vindt hier praktische schoolexamens plaats.

Twaalfde klas
Het licht in al zijn aspecten komt aan bod. Transparantie, breking, spiegelen, het oog, gezichtsbedrog, het ontstaan van kleuren, zijn zwart en wit kleuren? Al deze zaken worden bekeken vanuit de wetmatigheden maar ook vanuit de waarneming en het begrip.
Filosofische beschouwingen over wereldbeeld en zelfbeeld.

In de profiellessen wordt het examen voorbereid; praktische schoolexamens.

SCHEIKUNDE

Zevende klas
Vanuit een aantal fundamentele scheikundige processen, zoals de verbranding en de zoutvorming, worden de leerlingen geconfronteerd met veranderingen in de stoffelijke wereld. Het accent ligt hierbij op de waarneming en het oproepen van een beleven van de kwaliteiten van de verschillende stoffen.

Achtste en negende klas
De organische of koolstofchemie wordt behandeld. In de achtste klas zijn dat de voedingsstoffen, zoals koolhydraten, oliën, vetten en eiwitten, in de negende klas worden daarnaast alcoholen, ethers, organische zuren, esters, explosiemiddelen, en kunststoffen zoals nylon behandeld. De toepassing van al deze stoffen in het dagelijks leven neemt een belangrijke plaats in naast vele proeven en het nauwgezet omschrijven daarvan.

Tiende klas
Over het voorkomen en gebruik van de belangrijkste elementen en hun verbindingen wordt veel verteld. Zouten, zuren en basen met al hun "ontstaan en vergaan"-reacties: scheikunde van de "dode" natuur. Vooral het causale denken wordt geoefend aan de hand van de vele proeven en daaruit afgeleide chemische wetmatigheden.

In de profiellessen: symbolen, reactievergelijkingen van eenvoudige (verbrandings-)reacties, het atoommodel wordt eenvoudig belicht en de beginselen van het chemisch rekenen.

Elfde klas
Overeenkomsten tussen de elementen, hun voorkomen en optreden in de natuur, het planten-, dierlijk- en menselijk organisme, bereidingen en toepassingen in het dagelijks leven. Het atoommodel en de geschiedenis van het ontstaan daarvan. Naast proeven en wetmatigheden ook discussie en meningsvorming over de modellen en het wereldbeeld erachter.

In de profiellessen: formules en reactievergelijkingen van zouten, atoombouw uitvoerig, chemische binding en berekeningen.

Twaalfde klas
De meest voorkomende metalen aan de hand van proefnemingen en besprekingen, met voorbeelden uit de chemische en de medische praktijk. Ook het alchemistisch standpunt, en de stijgbeeldmethode en kristallisaties worden besproken.

In de profiellessen: structuurformules en nomenclatuur in de koolstofchemie, reactiesnelheid en evenwichten, structuur en gebruik van water; pH-berekening en het onderwerp redox (de oplaadbare en niet oplaadbare batterijen) en elektrolyse.

BIOLOGIE

Zevende klas
Voeding in ruime zin: hoe voeden we ons, waarmee en hoe verloopt het proces van de spijsvertering in het menselijk lichaam. Ook verschillende genotmiddelen krijgen de aandacht.

Achtste klas
Het skelet als het meest verharde deel van ons lichaam: nemen, ontstaan en functies van de verschillende botsoorten. Daarnaast wordt de werking van het oog en het oor behandeld.

Negende klas
Samenhang tussen de diverse orgaanstelsels en hun wederzijdse beïnvloeding: ontstaan, bouw en functie van het bloedcirculatiesysteem, zenuwstelsel en bijbehorende zintuigen en de embryonale botvorming. Het onderwijs wordt zoveel mogelijk gegeven vanuit een goetheanistische, fenomologische benadering, dus vanuit de morfologie.

Tiende klas
Innerlijke samenhang van de ademhaling, de stofwisseling en de uitscheidingsprocessen: o.a. longen, spijsverteringsstelsel, lever en nieren. Met aandacht voor de anatomie ervan, de overkoepelende en verbindende functies én voor de fijnzinnige wijze waarop de menselijke gevoelens (emoties) een centrale rol spelen in het functioneren van deze processen.

In de profiellessenwordt in diverse werkvormen geoefend met genetica, gezondheid en ziekte, hersenen, bewustzijn en bewustzijnsstoornissen.

Elfde klas
In de elfde klas komen die onderwerpen aan de orde die vanuit de ontdekking van de microscoop een sterke impuls krijgen: bouw van de cellen in samenhang met hun ligging en functie in het organisme; ontwikkeling van de cel in ruimte (positie in het weefsel) en tijd (biologische klok: determinatie). Embryologie van de mens, klassieke en moleculaire genetica (erfelijkheidsleer) vanuit verschillende invalshoeken. Daarmee gepaard gaand het sterk op de voorgrond treden van sociale en ethische vraagstukken ten aanzien van biotechnologische mogelijkheden.

In de profiellessen wordt de stof van de periode uitgewerkt. De stof wordt gedeeltelijk gedicteerd door exameneisen, gedeeltelijk wordt gestreefd naar een begrip van de grote lijnen in de biologie, zoals van ‘homeostase’: hoe houdt ons lichaam zichzelf in stand, van de voortplanting, van de principes van opbouw en afbraak. Dit alles wordt ondersteund door practica.

Twaalfde klas
Een overzicht over het gehele dierenrijk, enerzijds vanuit een morfologisch, anderzijds vanuit een evolutionair perspectief. De enorme vormenrijkdom vanuit optredende patronen en in samenhang met de aardgeschiedenis (platentectoniek). De ontstaansgeschiedenis van de mens (homonisatie) wordt in een aparte periode voor zover mogelijk vanuit de daadwerkelijke vindtsten gereconstrueerd, met aandacht voor de vele interpretatieverschillen en hun achtergronden.

In de profiellessen worden capita selecta behandeld waarvan de keuze voor een groot deel bepaald wordt door het examenprogramma, een ander deel heeft een beter begrip van de levende natuur tot doel. Dit wordt ondersteund door practica.