Elfde
klas: 16–17 jaar
Het accent komt meer te liggen op het sociale. De jongeren vinden steeds meer hun plaats ten opzichte van elkaar. Acceptatie van de ander en het andere is nu vanzelfsprekend. Het oordelen raakt gebaseerd op de eigen waarneming en inzicht. Vanuit een kritische blik zoekt de jongere analyserend naar waarheid, waarbij persoonlijke vragen over 'ik en de wereld' opkomen. De leerstof biedt standpuntbepaling onder andere in de natuurkunde, aardrijkskunde en in het centrale genre bij de talen: toneel. De verschillende ideologieën in hun historische context worden behandeld bij geschiedenis en bij zowel de vreemde talen als literatuurgeschiedenis staat het toneel, de dialoog, centraal. In de Parcival-periode komen karakteristieke momenten in de levensweg van de elfdeklasser naar voren en worden eigen ontwikkelingsvragen verkend. De rijkdom aan beelden in het Parcival-epos biedt hiertoe vele aanknopingspunten.
NEDERLANDS
Van het centrale genre in de elfde klas, het toneel, wordt de geschiedenis
geheel doorlopen, zie toneel.
In een oeuvre-werkstuk over één literaire auteur worden vier
tot vijf boeken op een zelf gekozen thema vergeleken. Met een examenvoorbereidende
leergang tekstanalyse wordt een begin gemaakt; het spreken voor een groep
wordt geoefend.
In de vakoverstijgende Parcivalperiode staat het verwerven van een moreel
oordeel centraal, aan de hand van deze Middeleeuwse zoektocht naar de wetten
van het lot.
ENGELS
De geschiedenis van de taal en het volk wordt geïllustreerd
aan de hand van bekende literaire werken en stromingen tot en met de tijd van
Shakespeare. Kennis van grammatica en idioom worden uitgebreid. Tekstverklaring
en spreekbeurten over gelezen literaire werken. Er worden boekversliggen voor
het leesdossier gemaakt.
DUITS
Literatuurgeschiedenis wordt aan de hand van schrijvers
en hun werk behandeld. Dit wordt voortgezet in de vorm van een werkstuk over
een boek of toneelstuk. Scènes uit toneelstukken (zoals Goethes Faust)
worden nagespeeld. De grammatica wordt verder uitgewerkt. Het oefenen van het
schrijven van brieven krijgt aandacht. Door middel van een spreekbeurt wordt
het inzicht en de vaardigheid van de taal neergezet.
In de profiellessen vindt uitbreiding van de
stof plaats en extra oefening, met de nadruk op literatuur, grammatica,
schrijf- en spreekvaardigheid.
FRANS - Elfde en twaalfde klas
Naast krantenartikelen uit ‘Le Monde’ worden teksten gelezen
en behandeld uit het Absurdisme (bijv. Ionesco) en uit het Existentialisme:
van Sartre, Camus en A.de Saint Exupery.
In deze klassen vinden veel lees-, spreek-, luister- en schrijfoefeningen
ter voorbereiding op het examen plaats. Eind elfde klas worden spreek- en
schrijfvaardigheid getoetst. Als leidraad wordt de methode ‘Libre Service
H/V’ gebruikt.
In de profiellessen: vindt uitbreiding van de stof
plaats en extra oefening, met de nadruk op literatuur, grammatica en spreekvaardigheid.
AARDRIJKSKUNDE
Cartografie. Verschillende projectiemethoden
met betrekking tot het afbeelden van de aardbol en haar oppervlaktevormen
en enige praktische vaardigheid in het uitvoeren hiervan. Historische ontwikkelingen
in het waarnemende bewustzijn van de wordende mensheid met betrekking tot
de aarde en haar oppervlaktevormen (van de oude Indiërs tot op de huidige
dag). Ook de kunst van navigeren en plaatsbepaling komt uitvoerig aan bod.
In de profiellessen wordt afhankelijk van het
examenprogramma een keuze gemaakt uit:
- De geschiedenis van Nederland
- Politiek en ruimte
- Een werkstuk “regionale beeldvorming”
- Migratie,vervoer en mobiliteit
- Mens, natuur en milieu
- Actieve aarde
- Een werkstuk ‘onderzoek in de eigen regio’
GESCHIEDENIS
Het doel van het vak geschiedenis is het bijbrengen van historisch bewustzijn
door het bestuderen van de wereldgeschiedenis, zodat de samenleving in de
eigen tijd beter begrepen kan worden. Door middel van de lesstof worden vaardigheden,
inzicht en een zelfstandig oordeel ontwikkeld. Een belangrijk uitgangspunt
is het gegeven dat ieder kind een ontwikkeling doormaakt die parallellen
vertoont met de mensheidsontwikkeling. In de keuze van onderwerpen trachten
wij bij de ontwikkelingsfase van de leerlingen aan te sluiten. Zo komen in
de verschillende perioden de volgende thema's aan de orde.
Vanuit het thema ‘Mondialisering’ worden de wereldrijken van
Alexander, Rome en de Islam belicht. De Europese expansie, uitmondend in
kolonialisme, imperialisme en dekolonisatie, wordt gerelateerd aan de huidige
derdewereld-, globaliserings- en integratieproblematiek.
In de profiellessen worden behandeld: de Verlichting
als geestelijke en politieke stroming; de ontwikkeling van de wetenschap
in de 16e-18e eeuw; Nederland aan de vooravindt van de Duitse inval – militaire
en algemeen-maatschappelijke aspecten.
KUNSTGESCHIEDENIS
Het vakkenaanbod is altijd rijk geweest
aan kunstzinnige vakken. Het totale aanbod aan kunstzinnige vakken wordt
bij ons vanouds gevolgd door alle leerlingen van alle leerroutes. Sommige
onderdelen vormen nu het vak CKV (Cultureel Kunstzinnige Vorming, zie hieronder).
Vanuit het begrippenpaar apollinisch-dionysisch wordt de muziekgeschiedenis
behandeld (zie muziek) en de toneelgeschiedenis (zie toneel).
Profiellessen: Beeldende
kunst, dans, toneel, muziek en film worden belicht in hun maatschappelijk-culturele
context vanaf de middeleeuwen tot heden. Afhankelijk van het examenprogramma
wordt in de profieluren een keuze gemaakt uit de modules:
- Cultuur van de kerk in de 11e-14e eeuw
- Hofcultuur in de 16e en 17e eeuw
- Cultuur van Romantiek en Realisme in de 19e eeuw
- Cultuur van het moderne in de eerste helft van de 20e eeuw
- Massacultuur in de tweede helft van de 20e eeuw
CULTUREEL-KUNSTZINNIGE VORMING
CKV-l omvat het bezoeken
van culturele manifestaties en het maken van versliggen daarover. In een ‘kunst-autobiografie’ wordt
de ontwikkeling van de eigen culturele smaak beschreven.
CKV-2 is een examenvak voor de leerlingen van het profiel Cultuur en Maatschappij
vanaf de elfde klas: zie kunstgeschiedenis. De periodes kunstgeschiedenis
(zie hierboven) en Middeleeuwen vormen een goede basis voor dit vak, evenals
de actieve beoefening van zang en toneel.
CKV-3 is examenrelevant voor de leerlingen van het profiel Cultuur en Maatschappij:
ze hebben extra kunstzinnige uren voor vrij kunstzinnig werk en leggen het
proces dat daarbij wordt doorlopen vast. Daarnaast doen alle leerlingen CKV-3 ‘drama’:
zie toneel.
ECONOMIE
In de profiellessen wordt een gedegen basis gelegd
op het gebied van: consumptie en welvaart (prijselasticiteit van de vraag),
productie en welvaart (kosten, opbrengsten en winstfuncties), marktvormen,
overheidsingrijpen in de markt, de nationale boekhouding en groei en conjunctuur.
MAATSCHAPPIJLEER
Criminaliteit en strafrecht: oorzaken en
gevolgen van criminaliteit, criminaliteitsbestrijding, de taken en bevoegdheden
van justitie en politie, principes en procedures van de rechtspraak, functies
en vormen van straffen, en een beetje civielrecht. Politieke besluitvorming:
politieke stromingen en partijen, rechtstaat en democratie, verkiezingen
en kabinetsformatie, en de verhoudingen (bevoegdheden en taakverdeling) tussen
regering en parlement. Kritisch en logisch nadenken over maatschappelijke
problemen en de voor- en nadelen van mogelijke oplossingen voor deze problemen.
De periode wordt afgesloten met een schoolonderzoek (examen).
Bij de sociale stage lopen alle leerlingen twee
weken stage in een zorginstelling en maken daar een grondig verslag over.
WISKUNDE
Alle leerlingen volgen het wiskunde-onderwijs. De leerstof wordt in
de eerste plaats gedacht als mogelijk ontwikkelingsmiddel, aangepast aan de
levensfasen van de leerling.
Beginselen van differentiaal- en integraalrekenen. Ruimtemeetkunde: cilinder, kegel, bol en hun doorsnijdingen met een vlak, oppervlakte- en inhoudsberekeningen ervan. Projectieve meetkunde.
NATUURKUNDE
Tot en met de zesde klas wordt gestreefd naar een steeds completer begrip
van de meer alledaagse techniek voor zover die gebaseerd is op principes
van mechanica, hydrostatica, luchtdruk, warmte en elektriciteit. Uitgangspunt
hierbij is het begrip van de dingen om ons heen. De natuurkundige inhoud
is dus meer kwalitatief van aard, dan kwantitatief.
De verschijnselen van elektriciteit, computertechniek, magnetisme en radioactiviteit
worden zowel op modelmatige manier als vanuit de fenomenen onderzocht. Ook
elektronica en kernenergie komen aan de orde. Vanuit het atoommodel en de
begrippen van de kwantummechanica naar de oerknal, het zwarte gat en de begrippen
van de relativiteit.
In de profiellessen worden vnl. de kwantitatieve
aspecten geoefend aan de hand van de examenstof. Indien nodig vindt hier
praktische schoolexamens plaats.
SCHEIKUNDE
Overeenkomsten tussen de elementen, hun voorkomen
en optreden in de
natuur, het planten-, dierlijk- en menselijk organisme, bereidingen en toepassingen
in het dagelijks leven. Het atoommodel en de geschiedenis van het ontstaan
daarvan. Naast proeven en wetmatigheden ook discussie en meningsvorming over
de modellen en het wereldbeeld erachter.
In de profiellessen: formules en reactievergelijkingen
van zouten, atoombouw uitvoerig, chemische binding en berekeningen.
BIOLOGIE
In de elfde klas komen die onderwerpen aan de orde die vanuit de ontdekking
van de microscoop een sterke impuls krijgen: bouw van de cellen in samenhang
met hun ligging en functie in het organisme; ontwikkeling van de cel in ruimte
(positie in het weefsel) en tijd (biologische klok: determinatie). Embryologie
van de mens, klassieke en moleculaire genetica (erfelijkheidsleer) vanuit
verschillende invalshoeken. Daarmee gepaard gaand het sterk op de voorgrond
treden van sociale en ethische vraagstukken ten aanzien van biotechnologische
mogelijkheden.
In de profiellessen: wordt de stof van de periode
uitgewerkt. De stof wordt gedeeltelijk gedicteerd door exameneisen, gedeeltelijk
wordt gestreefd naar een begrip van de grote lijnen in de biologie, zoals
van ‘homeostase’: hoe houdt ons lichaam zichzelf in stand,
van de voortplanting, van de principes van opbouw en afbraak. Dit alles
wordt ondersteund door practica.
LICHAMELIJKE OPVOEDING
In de lessen lichamelijke opvoeding
worden bewegingsvaardigheden uit de domeinen ‘sport en spel’, ‘atletiek’ (met name oude
Griekse vijfkamp), ‘turnen’ en ‘zelfverdediging’ ontwikkeld.
Tijdens deze lessen komen ook de leerstofdomeinen ‘bewegen en regelen, ‘bewegen
en gezondheid’ en ‘bewegen en maatschappij’ aan bod.
Het accent ligt op het “denken”. Er worden bewegingsvormen aangebieden waarin doelgerichte bewegingen centraal staan. Verdieping en verbreding van de stof, de leerlingen vervulden zelf leidinggevende rollen en kunnen het bewegingsarrangement zelf ontwerpen, inrichten, op gang brengen en waar nodig aanpassen.
EURITMIE
Nieuw in de elfde klas is het werken met planeten
en hun kwaliteiten. De gebaren worden een extra dimensie in het vormgeven
van teksten. De leerlingen kunnen grotere muziekstukken (sonates) en teksten
(verhalen) instuderen voor een uitvoering. Daarbij ontwierpen zij choreografieën
en gebaren.
Er wordt gestreefd naar het verwerven van zelfstandigheid bij het instuderen
en ontwerpen.
MUZIEK - Negende – twaalfde
klas
Vocale muziek wordt beoefend in klassenverband en in het bovenbouwkoor.
Ook wordt een aantal grote vierstemmige koorwerken ingestudeerd en in het
openbaar uitgevoerd, waaronder de Requiems van Mozart en Fauré, en
de Petit Messe Solennelle van Rossini. Daarnaast liederen, bijvoorbeeld in
verband met advent en andere jaarfeesten.
Aan de hand van tenminste zeven tijdvakken uit de muziekgeschiedenis wordt gekeken naar wat mensen tot het maken van kunst beweegt, en wat het teweeg brengt. Er wordt kennis gemaakt met de kracht én de relativiteit van het eigen oordeel over muziek. Muziek wordt beluisterd, beoefend, geanalyseerd en beschreven. Op een eigen muziekkeuze wordt de opgedane kennis toegepast.
TONEEL - Elfde en twaalfde klas
De opgedane vermogens worden uitdiept door grotere uitdagingen, en de eis
van conceptueel denken: bewust omgaan met de eenheid van rol, enscenering,
verbeelding en de inhoud van het stuk. Onder de noemer CKV3-drama is toneel
een praktisch examenonderdeel.
Toneelgeschiedenis. In de elfde klas wordt (mede voor het theoretisch deel van CKV3-drama) de toneelgeschiedenis in zijn geheel doorlopen, met accenten bij de Grieken, de Gouden Eeuw met Vindtel, Shakespeare (bij het vak Engels), Goethe (bij het vak Duits), en de Absurdisten (bij het vak Frans).
BEELDENDE EN AMBACHTELIJKE VAKKEN
HANDENARBEID (houtbewerken)
In een doorlopende leerlijn
vanaf de vijfde klas staat het ontdekken en het leren gebruiken van de materialen
hout, klei en steen met het juiste gereedschap centraal. Met de groeiende
beheersing van de verschillende technieken kan steeds meer een eigen stempel
en visie op de uiteindelijke vorm gedrukt worden. Vanaf de achtste klas gaat
het vak zich splitsen in houtbewerken, metaalbewerken en boetseren (zie hieronder).
De werkstukken, gebruiksvoorwerpen en speelgoed, liggen dichtbij de belevingswereld
van de leerlingen.
Voor een eigen ontwerp van een meubel of vrij beeldhouwwerk worden tekeningen, tijdsplanning en kostenberekening gemaakt. Begeleid door de docent wordt dit plan gerealiseerd.
PLASTISCH-RUIMTELIJK VORMEN (beeldhouwen, keramiek, boetseren)
Het
thema ‘portret’. De leerlingen werken individueel en zijn
vrij in de keuze van materialen: klei, steen, gevonden voorwerpen, etc. Daarbij
ontwikkelen ze het vermogen om een eigen idee beeldend uit te drukken.
TEKENEN / SCHILDEREN
In een doorlopende leerlijn vanuit de onderbouw wordt het beeldend vermogen
verder ontwikkeld en uitgebreid.
In het tekenen wordt de waarneming ontwikkeld aan het licht, donker en alle
nuanceringen hiertussen. Bovendien worden vaardigheden ontwikkeld en wordt
er gewerkt aan vorm en compositie, waardoor het “innerlijke vormrepertoire” wordt
uitgebreid ten behoeve van het werken vanuit de fantasie.
Bij het schilderen gaat het om waarnemen, kleurkwaliteiten ontdekken en nuanceren
van kleur. Het uitdrukken en weergeven van de buitenwereld is even belangrijk
als het weergeven van de binnenwereld. Dat gebeurt in diverse technieken,
afhankelijk van de leeftijd.
Met ‘monochrome’ schilderijen in acrylverf wordt de techniek en het inzicht in de kleurkwaliteiten uitgebreid. Voorbeelden uit de moderne schilderkunst en verschillende motieven (muziek, teksten, herinneringen aan waarnemingen of aan biografische gebeurtenissen) gaven inspiratie tot eigen werk.
GRAFIEK
Bij ‘toegepast tekenen/ontwerptechnieken’ wordt
een affiche, een postzegel of een CD-hoesje gemaakt als kennismaking met
de basisprincipes van vormgeving. Alle tekentechnieken en materialen uit
voorgaande lesperioden mogen gebruikt worden, mits daarmee originaliteit,
duidelijkheid en eenvoud van het ontwerp gediend worden.
TEXTIELE WERKVORMEN
In een doorlopende leerlijn vanaf de basisschool worden de basisvaardigheden
aangebracht en verdiept. Breien, borduren, naaien en machinenaaien behoorden
tot de gebruikte technieken. Vooral natuurproducten maar soms ook kunststoffen
worden verwerkt. Geleidelijk speelt ook het planmatig opbouwen en achteraf
weergeven van het werkproces een belangrijke rol, en het ontwikkelen van
gevoel voor vorm- en kleur. In het ontstaansproces van eigen en andermans
werk worden het voorstellingsvermogen en gevoel voor schoonheid en harmonie
verder ontwikkeld. Er treedt een accentverschuiving op van ambachtelijke
naar een meer kunstzinnige vorming.
Een zijden shawl beschilderen. Het ontwerp moet zeer precies worden uitgevoerd,
met contourlijnen en ingevuld met zijdeverf, op een op raam gespannen lap
zijde.
HET PROFIELWERKSTUK
Het profielwerkstuk neemt een belangrijke plaats in binnen het tweedefase-onderwijs.
Het wordt in de voor-examenklas gemaakt, dus in de elfde of twaalfde klas.
Het is een relatief groot werkstuk, waarmee de leerling aantoont over een aantal vaardigheden te beschikken, en/of waarmee de leerling de mogelijkheid krijgt deze vaardigheden in de loop van het jaar te ontwikkelen. Voorbeelden van dergelijke vaardigheden zijn: het plannen van activiteiten, het verzamelen van informatie, het ordenen, rangschikken en samenvatten van informatie, en het presenteren van informatie. Dit presenteren kan op uiteenlopende manieren plaatsvinden: mondeling, schriftelijk, met een tentoonstelling, een posterpresentatie, een computerpresentatie, of een video.
De titel van het werkstuk en de beoordeling worden op het in de examenklas te behalen diploma vermeld.