Ambachtelijke
en beeldende vakken
Plastisch-ruimtelijk vormgeven (beeldhouwen, keramiek,
boetseren)
In de klassen 7 en 8 wordt bij boetseren en houtbewerken letterlijk de 'handvaardigheid'
geoefend. De mogelijkheden en onmogelijkheden van het materiaal worden verkend;
er ontstaat een gevoel voor ruimtelijkheid. In de klassen 9 en 10 ontwikkelen
de leerlingen een verder gevoel voor vorm en schoonheid. In klas 9 gebeurt dit
bij het hakken van expressieve koppen uit hout; in klas 10 bij het werken met
diervormen in klei en speksteen. In klas 11 ontwerpen de
leerlingen een monument voor een persoon of gebeurtenis. Daarbij ontwikkelen
ze het vermogen om een idee beeldend uit te drukken. Bij het maken van een monument
spelen ook de menselijke maat en het ruimtelijk denken een rol. In
klas 12 ontwikkelen de leerlingen een verder gevoel voor esthetiek
bij het ruimtelijk werken rond het thema 'portret /menselijke gestalte'. Hierbij
zijn voorbeelden uit avant-gardekunststromingen, alsmede het expressionisme,
kubisme en surrealisme, belangrijke inspiratiebronnen.
Tekenen, schilderen en etsen
Al doende verwerven de leerlingen vaardigheden als waarnemen, interpreteren
van beelden, zich uitdrukken in kleur en vorm en het hanteren van technieken.
In de periodelessen behorend tot Culturele en Kunstzinnige Vorming in de
9e t/m12e klas gaan de leerlingen een verbinding aan met de grote kunstuitingen.
Zo leren zij het eigen gevoelsleven kennen in relatie tot dat van de mensheid.
Techniek
Technisch-ambachtelijke handvaardigheid (koperdrijven, meubelmaken,bankwerken,
techniek)
In deze vakken ervaren de leerlingen hoe het is om volgens een vooropgezet
plan zelf iets op ambachtelijke wijze te vervaardigen. Ze leren tekeningen
lezen en aan de hand daarvan een werkstuk uitvoeren. Al doende leren zij
omgaan met materialen en ontwikkelen zij vaardigheid in het hanteren van
handgereedschappen,alsmede gevoel voor de schoonheid van een ambachtelijk
vervaardigd voorwerp. Ook het omgaan met machines heeft een plaats in dit
geheel.
Textiele werkvormen
In de beoefening van een uitgebreid scala van werkvormen verwerven de leerlingen
basisvaardigheden. Zij verwerken diverse materialen en hanteren daarbij
velerlei gereedschap. Het planmatig opbouwen van het werkproces, waarbij
vorm- en kleurelementen een belangrijke rol spelen, vergroot het voorstellingsvermogen.
Al doende en kijkend naar eigen en andermans werk wordt tevens het gevoel
voor schoonheid en harmonie ontwikkeld.