Achtste klas: 13 - 14 jaar

Werd de wereld in de zevende klas al vereenvoudigd tot zwart-wit nuances, in de achtste klas komen daar de exacte en controleerbare wetten en waarnemingen van het tekenen in perspectief bij. Het klaslokaal, een stilleven of een scène buiten vormen het onderwerp dat wel of niet realistisch is weergegeven, dat zie je meteen. Op de naaimachine wordt een eigen kledingstuk gemaakt dat wel of niet past.

De verschillen tussen de jongens en de meisjes zijn groot op deze leeftijd, maar eensgezind slaan ze de platen koper tot bruikbare bakjes, doen ze samen gymnastiek en toneel.

De kinderen worden concreet 'tot op het bot' gebracht: het skelet in de biologie en de grammatica in de taal. Bij de ruimtelijke wiskunde wordt van de grondvormen, zoals de kubus en de moeilijke pentagon-dodekaëder, eerst een uitslag geconstrueerd met plakstroken, die eenmaal uitgeknipt en geplakt voor ieder zichtbaar het zgn. ‘platonische lichaam’ toont.

Bij geschiedenis wordt gestart in de 18e en 19e eeuw. De stormachtige ontwikkelingen van de revoluties in die tijd weerspiegelen de innerlijke ontwikkeling van de achtsteklasser. Vanaf de industriële revolutie zocht men naar handzame en praktische oplossingen voor alledaagse problemen. Zo komen de technische principes en elementaire wetmatigheden van de natuurkunde in een levendige context. De biografieën van deze uitvinders worden door de kinderen zelf in de klas behandeld, nadat ze er een uitgebreid werkstuk over gemaakt hebben. Steeds wordt de verbinding met de actualiteit gelegd. Zo wordt een tweede biografiewerkstuk gemaakt over een interessante tijdgenoot die geïnterviewd wordt door de veertienjarige die op het punt staat de Bovenbouw in te gaan.